Elke werkdag bereikbaar op 033 433 7217
Adviseur accountancy gezocht! Solliciteer nu!
Auxilium Updates najaar accountancy en fiscaal Vanaf eind september door heel Nederland
Lid worden? Vraag informatie aan!
Verkoop van jouw accountantskantoor of juist uitbreiding? Wij helpen je!
Verdieping & verbinding Het Auxilium Ondernemersnetwerk
Auxilium 20 jaar Wij vieren feest!
Werken bij Auxilium? Bekijk onze vacatures!
Adviseur accountancy gezocht! Solliciteer nu!
Auxilium Updates najaar accountancy en fiscaal Vanaf eind september door heel Nederland
Lid worden? Vraag informatie aan!
Verkoop van jouw accountantskantoor of juist uitbreiding? Wij helpen je!
Verdieping & verbinding Het Auxilium Ondernemersnetwerk
Auxilium 20 jaar Wij vieren feest!
Werken bij Auxilium? Bekijk onze vacatures!
16 september 2026 Fiscaal

Box 3 opnieuw op losse schroeven

Vier routes, één zekerheid: de mkb-adviespraktijk blijft voorlopig met onzekerheid werken

Prinsjesdag 2026

Status: wetsvoorstel. De Eerste Kamer heeft de stemming aangehouden in afwachting van de aangekondigde novelle. De parlementaire behandeling kan daarom nog tot wijzigingen leiden.

Dit artikel is bijgewerkt tot en met 16 september 2026.

Prinsjesdag 2026 biedt nog geen oplossing voor box 3. De Eerste Kamer wacht met stemmen over de Wet werkelijk rendement box 3 op de aangekondigde novelle. Invoering per 1 januari 2028 blijft het uitgangspunt, maar de vorm staat opnieuw ter discussie. Accountants en belastingadviseurs moeten daarom meerdere scenario’s met cliënten bespreken.

Van forfait naar tegenbewijs en werkelijk rendement

Het huidige stelsel werkt met forfaitaire rendementen. Sinds de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024 kan een belastingplichtige aannemelijk maken dat het werkelijke rendement lager is. Dan wordt niet meer dan dat werkelijke rendement belast. De vergelijking vindt per jaar plaats; vrije keuze tussen stelsels bestaat niet. Kosten zijn in beginsel niet aftrekbaar, behalve rente op box 3-schulden.

De Wet werkelijk rendement box 3 moet vanaf 2028 heffen over het werkelijke rendement en maakt kostenaftrek en verliesverrekening mogelijk. Voor vastgoed geldt grotendeels een vermogenswinstbelasting: heffing bij realisatie. Voor veel andere bezittingen geldt een vermogensaanwasbelasting, waarbij ook ongerealiseerde waardestijgingen jaarlijks meetellen.

Waarom stelt het kabinet de keuze uit?

De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan. Toch bleef kritiek bestaan op de vermogensaanwasbelasting, liquiditeitsdruk en gevolgen voor investeringen. Alternatieven kosten bovendien geld: bij een vermogenswinstbelasting volgt heffing pas bij verkoop en ook langer tegenbewijs leidt tot derving. De stelselkeuze is dus ook een dekkingsvraag.

Vier scenario’s

1. Het bestaande wetsvoorstel verbeteren

Het eerste scenario houdt het wetsvoorstel in stand, maar voegt onder meer carry-back, lagere parameters en aanpassingen bij huwelijk en echtscheiding toe. Ook worden stimulansen voor duurzaam beleggen, start-ups en scale-ups onderzocht. Het bezwaar tegen jaarlijkse heffing over ongerealiseerde waardestijging blijft.

2. Eerst werkelijk rendement, daarna vermogenswinst

In scenario twee treedt de wet in 2028 in werking en volgt in 2030 een volledige vermogenswinstbelasting. Het forfaitaire stelsel eindigt snel, maar ondernemers en beleggers krijgen binnen enkele jaren twee stelselwijzigingen. Hun administratie moet eerst vermogensaanwas en daarna realisatieheffing ondersteunen.

3. Het wetsvoorstel intrekken en wachten tot 2030

Scenario drie verlengt het forfaitaire stelsel met tegenbewijs tot 2030 en voert daarna direct een vermogenswinstbelasting in. Een tijdelijk tussenstelsel vervalt, maar de huidige uitvoeringsproblemen blijven twee jaar langer bestaan. Volgens het kabinet is de cumulatieve budgettaire derving hier het hoogst.

4. Vermogenswinst vanaf 2028 voor financiële instrumenten

Scenario vier voert in 2028 een vermogenswinstbelasting in voor onder meer aandelen, obligaties en opties. Volgens het kabinet valt daarmee circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling onder realisatieheffing. Banken kunnen in het eerste jaar niet alle gegevens voor de vooraf ingevulde aangifte leveren. Belastingplichtigen moeten historische verkrijgingsprijzen, kosten en transacties daarom zelf onderbouwen.

Gevolgen voor vastgoed en mkb-vermogensplanning

Voor vastgoedbeleggers blijven timing, kostenaftrek en waardering belangrijk. De tegenbewijsregeling kent een beperkt kostenbegrip; het wetsvoorstel biedt meer kostenaftrek en belast vastgoedwinst in beginsel bij realisatie. Dat kan de liquiditeitsdruk verminderen, maar roept vragen op bij schenking, overlijden, emigratie en herstructurering.

Dga’s en ondernemers moeten de keuze tussen privé en de bv niet alleen op box 3 baseren. Box 2, vennootschapsbelasting, risico, flexibiliteit, financiering en estate planning blijven relevant. Een storting of dividenduitkering terugdraaien is vaak kostbaar.

Wat bespreek je nu met cliënten?

  • Breng per cliënt het box 3-vermogen in kaart. Leg daarbij ook historische verkrijgingsprijzen en relevante kosten vast.
  • Werk bij grotere vermogens minimaal twee scenario’s uit: voortzetting van het huidige stelsel en invoering van een vermogenswinstbelasting. Maak per scenario de fiscale en financiële gevolgen zichtbaar.
  • Adviseer vastgoedcliënten om transactiebeslissingen niet uitsluitend te baseren op een wetswijziging waarvan de inhoud en ingangsdatum nog onzeker zijn.
  • Bewaar aankoopnota’s, verbouwingskosten en transactiekosten. Deze informatie is nodig om bij een vermogenswinstbelasting de verkrijgingsprijs en de belastbare winst te kunnen onderbouwen.
  • Herijk de keuze tussen privé en de bv op basis van het totale fiscale en financiële plaatje, waaronder box 2, vennootschapsbelasting, risico, flexibiliteit, financiering en estate planning.

Conclusie

Hoe box 3 er in 2028 uitziet, blijft onzeker. De vier scenario’s laten wel zien welke keuzes voorliggen en welke gevolgen die kunnen hebben. Adviseurs moeten daarom niet wachten op de politieke uitkomst, maar per cliënt de fiscale en financiële gevolgen inzichtelijk maken en historische gegevens nu al vastleggen. Zo blijft de adviespraktijk voorbereid, ongeacht welk stelsel uiteindelijk wordt ingevoerd.

Bronnen en verwijzingen

Verdieping gerelateerd aan dit vakgebied