Steeds meer ondernemers schaffen een (elektrische) fiets van de zaak aan. In de praktijk zien wij regelmatig dat daarbij te veel btw in aftrek wordt gebracht. Vooral bij de eenmanszaak en de VOF wordt nog wel eens aangenomen dat de btw op de aanschaf van een fiets van de zaak volledig aftrekbaar is. Dat is vaak niet terecht. In dit artikel zetten wij de belangrijkste btw-regels rond de fiets van de zaak op een rij en lichten we de regels toe voor werknemers, dga’s, firmanten in de VOF en eenmanszaken.
Vertrekpunt: geen btw-aftrek voor privégebruik
De btw kent als hoofdregel dat een ondernemer alleen recht heeft op aftrek van btw voor zover kosten toerekenbaar zijn aan btw-belaste prestaties. Voor privégebruik bestaat geen recht op btw-aftrek.
Die hoofdregel geldt ook voor een fiets van de zaak. Daarbij is belangrijk dat woon-werkverkeer voor btw-doeleinden telt als privégebruik. Dat is dus een verschil met bijvoorbeeld de loonheffingen waar woon-werkverkeer wel telt als zakelijk gebruik.
In veel gevallen bestaat het gebruik van een fiets van de zaak voor btw-doeleinden daarom hoofdzakelijk uit privégebruik, namelijk woon-werkverkeer en privégebruik buiten werktijden.
Werknemers en dga’s: BUA van toepassing
Als een werkgever een fiets ter beschikking stelt aan het personeel, waaronder ook de dga, is het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) van toepassing. De BUA-aftrekbeperking is van toepassing voor zover de fiets wordt gebruikt voor privédoeleinden, waaronder dus woon-werkverkeer.
De fietsregeling in het BUA komt er in het kort op neer dat een werkgever eenmaal per drie jaar een fiets aan een werknemer ter beschikking kan stellen waarbij maximaal €130 btw per fiets in aftrek kan worden gebracht.
Let wel: Verstrekt de werkgever voor 50% of meer van de woon-werkdagen een vergoeding of voorziening voor ander vervoer dan de fiets, zoals de auto, dan vervalt de regeling.
Ondernemers: geen BUA, wel privécorrectie
De fietsregeling van het BUA is alleen van toepassing op personeel en geldt dus niet voor eenmanszaken en firmanten van een VOF. Zij kwalificeren voor de btw persoonlijk als ondernemer en zijn dus geen personeel.
Dat betekent niet dat volledige btw-aftrek mogelijk is. Ondernemers hebben slechts recht op btw-aftrek voor zover de fiets wordt gebruikt voor zakelijke doeleinden.
Omdat woon-werkverkeer voor de btw kwalificeert als privégebruik en de fiets van de zaak meestal niet hoofdzakelijk wordt gebruikt voor zakelijke doeleinden zoals klantafspraken is het recht op btw-aftrek in de praktijk vaak zeer beperkt tot nihil.
Voor zover sprake zou zijn van zakelijk gebruik voor btw-doeleinden loop je ook tegen een bewijskwestie aan. Er moet namelijk een objectieve verhouding aannemelijk gemaakt worden tussen het zakelijk en het privégebruik. In de praktijk is dat niet makkelijk zonder bijvoorbeeld een rittenadministratie.
De fiets voor de ondernemer zelf valt als investeringsgoed ook in de herzieningsregeling. Het gebruik moet daarom gedurende het jaar van ingebruikname en de vier daaropvolgende jaren worden gevolgd.
Verder is belangrijk dat bij een latere verkoop of onttrekking aan het bedrijfsvermogen van een fiets waar (gedeeltelijk) btw-aftrek voor is genoten belast is met btw.
Handhaving door de Belastingdienst
De Belastingdienst is bij controle vaak streng als het gaat om btw-aftrek over privé-uitgaven of het achterwege laten van BUA-correcties. Ook rechters kwalificeren deze overtredingen regelmatig minimaal als grove schuld. Daardoor kunnen vergrijpboetes worden opgelegd. Het is niet ongebruikelijk dat de Belastingdienst in eerste instantie boetes oplegt tussen de 50% en de 100%. Vaak is een bezwaar of zelfs een beroepsprocedure nodig om deze boetes te matigen tot percentages van 25% of meer, afhankelijk van de omstandigheden.[1]
Conclusie
Hiervoor is vastgesteld dat het recht op btw-aftrek over een fiets van de zaak voor ondernemers zelf in de praktijk zeer beperkt is. Bovendien handhaaft de Belastingdienst actief.
Voor werkgevers is het belangrijk dat zij het BUA adequaat toepassen. Controleer dus of de ‘driejaarstermijn’ in acht is genomen, maar ook of de €130-BUA-aftrek terecht wordt toegepast in gevallen waarin ook bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding of auto van de zaak wordt aangeboden.
Voor eenmanszaken, firmanten en andere persoonlijke btw-ondernemers kan het de moeite waard zijn om de fiets van de zaak voor btw-doeleinden als privévermogen te etiketteren. In dat geval heeft de ondernemer weliswaar in het geheel geen recht op btw-aftrek, maar deze was praktisch gezien toch al zeer beperkt. Bovendien brengt deze beperkte btw-aftrek administratieve lasten met zich en is de vergoeding voor een latere verkoop van de fiets volledig belast met btw.
Door een fiets voor de btw te etiketteren als privévermogen kan deze later zonder btw-heffing worden verkocht, vanuit privé. Het blijft in dit geval mogelijk om de fiets voor andere belastingmiddelen, zoals de inkomstenbelasting als zakelijk te etiketteren zodat men gebruik kan maken van de fietsfaciliteiten binnen deze belastingsoorten.
[1] Zie in dit verband de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 februari 2022. In deze zaak werd een boete opgelegd voor het achterwege laten van een correctie privégebruik. Aanvankelijk bedroeg de boete 80% van de boetegrondslag en is deze later gematigd tot 25%.
Meer verdieping
Blijf scherp op de laatste btw-ontwikkelingen en fiscale actualiteiten! Sluit aan bij het periodieke webinar over btw-actualiteiten of het periodieke webinar fiscaal algemeen. Wessel Havelaar praat je in zijn webinar bij over recente btw-wijzigingen en fiscale actualiteiten voor de adviespraktijk. Actueel, compact en direct toepasbaar. In één uur bijgepraat over fiscale actualiteiten die ertoe doen!
Heb je vragen over dit onderwerp, dan kun je contact opnemen met Wessel Havelaar (btw-specialist) van de fiscale afdeling. Bij voorkeur doe je dit via fiscaal@auxiliumadviesgroep.nl