Bij de fiscale helpdesk kregen wij de vraag wat de mogelijkheden zijn om de toepassing van artikel 15ai van de wet vennootschapsbelasting 1969 te beperken, de zogenoemde ontvoegingssanctie.
De casus
De situatie is als volgt. Eind 2021 is er binnen de fiscale eenheid van deze cliënt een bedrijfsmiddel overgedragen van de moedervennootschap aan de dochtervennootschap. Inmiddels lopen vergaande onderhandelingen met een potentiële koper van de aandelen in de dochtervennootschap.
Door de verkoop van de aandelen verbreekt de fiscale eenheid. In het destijds overgedragen bedrijfsmiddel zit een flinke stille reserve. Daardoor komt artikel 15ai Wet Vpb 1969 in beeld. Deze bepaling kan ertoe leiden dat onmiddellijk vóór het ontvoegingstijdstip een belaste herwaardering plaatsvindt van het vermogensbestanddeel waarmee binnen de fiscale eenheid is geschoven. De vraag is of die heffing kan worden beperkt.
Ons antwoord
Ontvoegingstijdstip
Ja, die mogelijkheid is er. De hoofdregel van artikel 15ai Wet Vpb 1969 is dat het overgedragen vermogensbestanddeel onmiddellijk vóór het ontvoegingstijdstip te boek wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer op dat moment. Het moment van ontvoeging is dus bepalend, ook als de overdracht binnen de fiscale eenheid al veel eerder heeft plaatsgevonden.
Artikel 15ai, tweede lid, Wet Vpb 1969 biedt echter een tegenbewijsregeling. Als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de waarde in het economische verkeer op het moment van de overdracht lager was dan de waarde op het ontvoegingstijdstip, mag worden aangesloten bij die lagere waarde op het schuifmoment. Deze waarde wordt vervolgens verminderd met de afschrijvingen tussen het schuifmoment en het ontvoegingstijdstip.
Toelichting
Voor het overgedragen bedrijfsmiddel betekent dit bijvoorbeeld dat de winstneming kan worden beperkt tot de stille reserve op het schuifmoment, verminderd met de genormaliseerde afschrijvingen. Bij goodwill kan dat er bijvoorbeeld toe leiden dat nog slechts 50% van de goodwillwaarde op het schuifmoment in aanmerking wordt genomen, uitgaande van 10% afschrijving per jaar. Is de meerwaarde op het ontvoegingstijdstip lager, dan ligt toepassing van de hoofdregel juist meer voor de hand.
Praktijkpunt
Het sleutelwoord is hier: aannemelijk maken. Dat vraagt om onderbouwing van de waarde in het economische verkeer op het moment van de overdracht. De eenvoudigste route is om bij een overdracht van een bedrijfsmiddel binnen een fiscale eenheid direct de waarde vast te leggen. De waardering is vormvrij, maar in de praktijk staat een waarderingsrapport van een deskundige natuurlijk sterker dan een achteraf opgestelde globale berekening.
De les voor de praktijk is daarom helder. Ga er bij een interne overdracht binnen een fiscale eenheid niet te snel van uit dat waardering achterwege kan blijven omdat de overdracht op dat moment fiscaal geruisloos verloopt. Juist die waardering kan later van groot belang zijn als de fiscale eenheid binnen de termijn van artikel 15ai Wet Vpb 1969 wordt verbroken.
Dit soort aandachtspunten laat zien dat de aangifte vennootschapsbelasting meer vraagt dan het juist invullen van de cijfers. Het gaat ook om het herkennen van valkuilen, het stellen van de juiste vragen en het tijdig vastleggen van keuzes die later fiscaal bepalend kunnen zijn.
Meer weten?
In de cursus Vennootschapsbelasting op 18 november 2026 nemen we je mee langs een aantal belangrijke onderwerpen die je helpen om een juiste en goed onderbouwde aangifte vennootschapsbelasting op te stellen. Aan de hand van de aangifte vennootschapsbelasting komen adviespunten naar voren die je direct kunt gebruiken bij jouw klanten.