Van onze juridische helpdesk
“Mijn cliënt heeft drie werkmaatschappijen. Een van de werkmaatschappijen loopt niet goed en mijn cliënt heeft ervoor gekozen de activa en passiva van de werkmaatschappij op 1 januari van dit jaar in te brengen in een van de twee andere bv’s en de slechtlopende bv te liquideren.
De werknemers zijn allen op de andere werkmaatschappij gezet. Er is sprake van een zogenaamde Overgang van Onderneming. Een van de werknemers, heeft een eerste voor bepaalde tijd contract sinds 1 augustus 2025 die van rechtswege afloopt op 1 augustus 2026. Hoe zit het met een volgend contract?”
Antwoord
Als een werkgever zorgvuldig handelt, dan heeft hij uiterlijk op 1 januari 2026 aan deze werknemer schriftelijk bevestigd dat het huidige contract onder dezelfde voorwaarden wordt overgenomen door de nieuwe werkgever/werkmaatschappij. Waarbij nadrukkelijk is vermeld dat er geen nieuw contract wordt aangegaan, maar dat het bestaande contract van rechtswege mee overgaat.
Als de werkgever dit niet heeft gedaan, dan is de arbeidsovereenkomst eveneens van rechtswege mee overgegaan naar de nieuwe werkgever. Bij het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst ingaande vanaf 1 augustus 2026 bij de nieuwe werkgever, wordt er in de keten een tweede opvolgend contract met deze werknemer aangegaan. Omdat de werkgever niets heeft gedaan met de arbeidsovereenkomst, telt deze mee in de ketenregeling* bij de nieuwe werkgever/werkmaatschappij.
*De ketenregeling bepaalt hoeveel tijdelijke arbeidscontracten een werkgever achter elkaar mag geven voordat automatisch een vast contract ontstaat. De hoofdregel is 3–3–6, wat staat voor maximaal 3 tijdelijke contracten binnen maximaal 3 jaar met tussen de contracten een onderbreking van maximaal 6 maanden.
Heb je vragen over dit onderwerp? Ilon Hemmelder kan je helpen.