Als adviseur in het mkb heb je waarschijnlijk klanten die het pensioen in eigen beheer hebben omgezet in een oudedagsverplichting (ODV). Een van de bij ons aangesloten accountantskantoren werd geconfronteerd met een controle door de Belastingdienst. Gelukkig is het goed afgelopen, er was ruimte voor herstel. Weet dus dat er extra aandacht is voor oprenting en uitkering van de ODV. We leggen de rekenregels hieronder uit.
Algemeen
De ODV wordt opgerent met een bij ministeriele regeling bepaalde marktrente. Dit op drie cijfers achter de komma afgeronde percentage wordt jaarlijks gepubliceerd, o.a. op de website het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (Overzicht u-rendementen en marktrenten).
Bestrijkt de oprenting een periode in twee kalenderjaren, dan is het te hanteren oprentingspercentage gelijk aan het gewogen gemiddelde van de marktrentepercentages van die beide jaren.
Uitstelfase
Zolang de ODV nog niet in de uitkeringsfase is gekomen, mag oprenting naar keuze plaatsvinden per omzettingsverjaardag (de dag waarop het pensioen is omgezet in een ODV) of per einde boekjaar (vaak einde kalenderjaar). Het eenmaal gekozen oprentingsmoment blijft in de jaren tot aanvang uitkeringen gelijk.
In het jaar waarin de ODV-uitkeringen aanvangen, gebeurt de oprenting tot de aanvangsdatum. Daarna moeten de regels van de uitkeringsfase worden gevolgd.
Voorbeeld uitstelfase
Oprenting per einde boekjaar (31-12) en ingang uitkeringen (20 jaar) per 1-5-2026.
ODV-saldo 31-12-2024 € 200.000
Oprenting met 2,602% geeft ODV-saldo 31-12-2025 € 205.204.
Oprenting met 2,593% geeft ODV-saldo 1-5-2026 € 206.968.
Uitkeren in 20 jaar geeft uitkering 1-5-2026 tot 1-5-2027 € 862,37 bruto per maand.
Uitkeringsfase
Zodra de ODV in de uitkeringsfase is gekomen, mag uitsluitend nog worden opgerent per uitkeringsverjaardag (de dag waarop de uitkeringen zijn ingegaan). Jaarlijks wordt de rente op die dag bij- of afgeschreven.
In de meeste gevallen verschijnt dan in de jaarrekening een transitorische post. Dit is de aan het boekjaar toe te rekenen rente, die per einde boekjaar nog niet in het ODV-saldo is opgenomen. Toevoeging aan het ODV-saldo gebeurt immers pas per uitkeringsverjaardag en die ligt meestal na het einde van het boekjaar.
Jaarlijks moet deze oprenting worden berekend en de ODV-uitkeringen worden aangepast.
Voorbeeld uitkeringsfase
ODV-saldo € 300.000, aanvang uitkeringen 1-7-2025 en gedurende 240 maanden:
Uitkering 1-7-2025 tot 1-7-2026 bruto € 1.250 per maand (€ 300.000 / 240).
ODV-saldo 1-7-2026 verlaagd met uitkeringen € 285.000.
Oprenting met 2,5975% (gewogen gemiddelde) geeft ODV-saldo 1-7-2026 € 292.403.
Uitkering 1-7-2026 tot 1-7-2027 bruto € 1.282,47 per maand (€ 292.403 / 228).
Transitorische passiefpost einde boekjaar 31-12-2025 € 3.712 (rente t.l.v. boekjaar).
Exclusief voor leden van Auxilium
In Vraag & Antwoord 17-027 licht de Belastingdienst de oprenting van de ODV toe. Ben je lid van Auxilium Adviesgroep, dan vind je een rekenmodel in onze modellenbibliotheek. Hierin kun je zowel in de uitstelperiode, het jaar van aanvang van de uitkeringen als in de uitkeringsperiode een berekening maken.
Heb je vragen, wil je een ODV-berekening laten maken of zoek je iemand die kan meedenken over verbetering van een nog niet goed geregelde oprenting? Neem contact op met Mariëtte Elling.