De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) past de verslaggevingsregels voor jeugdhulpaanbieders ingrijpend aan. Aanleiding is de nieuwe Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet, die geldt voor de boekjaren vanaf 2026.
De wijzigingen raken direct de inrichting van de jaarrekening, de classificatie van instellingen en de openbaarmaking. Met de nieuwe regeling worden de bestaande verslaggevingsbepalingen uit de Jeugdwet vervangen door een afzonderlijke regeling voor openbare jaarverantwoording. De RJ brengt de richtlijnen (vooral hoofdstuk 655 en de hoofdstukken voor kleine en micro-entiteiten) hiermee in lijn.
De systematiek sluit zoveel mogelijk aan bij Titel 9 Boek 2 BW en bij de al bestaande regeling voor zorgaanbieders (WMG). Daarmee wordt een uniformer kader gemaakt, maar verdwijnen ook specifieke afwijkingen die eerder voor de jeugdzorg golden. In de praktijk betekent dit dat de verslaggeving van jeugdhulpaanbieders sterker gaat lijken op die van reguliere zorginstellingen en dus ook op ‘gewone’ jaarrekeningen.
Indeling naar grootte
Een belangrijk verschil met de oude situatie is de expliciete indeling in micro, klein, middelgroot en groot. Die indeling bepaalt welke verslaggevingsregels gelden. De grenzen voor ‘klein’ liggen op maximaal €7,5 miljoen balanstotaal, €15 miljoen omzet en minder dan 50 werknemers, waarbij ook groepsmaatschappijen moeten worden meegeteld.
Dit houdt in dat:
- de omvangsclassificatie beïnvloedt de vrijstellingen
- consolidatieplicht en toelichtingsvereisten hangen ervan af
- fouten in classificatie kunnen direct doorwerken in de controleverklaring
Consolidatie en groepsbegrip
De RJ verduidelijkt dat ook bij de beoordeling van de omvang en verslaggeving rekening moet worden gehouden met groepsverhoudingen. Dat betekent dat entiteiten niet langer eenvoudig ‘klein’ kunnen blijven door activiteiten te spreiden over meerdere rechtspersonen. Tegelijk blijft er een vrijstelling bestaan: een moedermaatschappij hoeft geen geconsolideerde jaarrekening op te stellen als de groep als geheel onder de grens voor ‘klein’ blijft.
Fusies en beëindiging
De regeling bevat ook specifieke bepalingen voor fusies en overnames. Wanneer instellingen ophouden te bestaan, moeten hun financiële gegevens worden opgenomen in de jaarrekening van de overblijvende partij. Dat heeft gevolgen voor de vergelijkbaarheid van cijfers, de verwerking van overnames en de toelichting in de jaarrekening.
Strakkere eisen openbaarmaking
De jaarverantwoording moet verplicht openbaar worden gemaakt via DigiMV (CIBG), uiterlijk op 1 juni na afloop van het boekjaar. Dit betekent dat deadlines strakker worden en dat vertraging direct zichtbaar is voor toezichthouders en stakeholders. Voor accountantspraktijken met veel zorgcliënten kan dit leiden tot piekbelasting in het voorjaar.
WNT en toelichtingen
Voor instellingen waarop de Wet normering topinkomens (WNT) van toepassing is, blijven de bestaande toelichtingsvereisten gelden. Er verandert inhoudelijk weinig, maar de integratie in het bredere verslaggevingskader kan de controle op volledigheid en juistheid complexer maken.
Implementatie
De wijzigingen gelden voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2026. Eerdere toepassing is niet toegestaan. De regeling zelf treedt formeel in werking per 2027, maar werkt dus feitelijk terug naar verslaggeving over 2026. Dat betekent dat accountants nu al moeten anticiperen op de nieuwe regels bij de inrichting van administraties en jaarrekeningen.
Bron: RJ