De Belastingdienst heeft een standpunt gepubliceerd over de gevolgen van afwijkende afspraken bij scheiding over pensioenverevening. Volgens de Belastingdienst is sprake van een schenking als een echtgenoot bij echtscheiding uit vrijgevigheid (gedeeltelijk) afziet van het recht op pensioenverevening, zonder dat hier een compensatie tegenover staat. Aangenomen wordt dat de bevoordeling van degene die het pensioen opbouwde is gewild en dat partijen zich hiervan bewust zijn.
Pensioenspecialisten hebben zich verbaasd en hebben veel vragen over dit standpunt. Zowel over het ‘uit de lucht komen vallen’ ervan, als over de beknopte toelichting.
Tot op heden hebben wij niet meegemaakt dat de Belastingdienst een belaste schenking heeft aangenomen bij het gebruik van (een van de) wettelijke mogelijkheden tot afwijking van de standaard verevening. Dit kan in de toekomst dus anders zijn.
Hoe zit het ook alweer met pensioen en scheiding?
Sinds voorjaar 1995 is de wettelijke regeling hoe bij een scheiding om te gaan met ouderdomspensioen van kracht (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, WVPS). Deze wet geldt voor gehuwden en geregistreerd partners (beide zowel gemeenschap van goederen als met voorwaarden), maar niet voor ongehuwd samenwoners.
Het partnerpensioen is in de Pensioenwet geregeld (voor de DGA in de WVPS).
Kom je bij de scheiding niets overeen over het pensioen, dan geldt de standaardregeling uit de WVPS en Pensioenwet. Kort gezegd: 50% van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen moet aan de ex-partner worden uitbetaald en 100% van het tot de scheiding opgebouwde partnerpensioen (ook het deel dat voor het huwelijk werd opgebouwd) komt de ex-partner toe.
In de WVPS is een aantal mogelijkheden opgenomen af te wijken van de standaardregeling:
- De toepassing van de WVPS volledig uitsluiten
- Het vereveningspercentage anders stellen dan 50%
- De periode waarover de pensioenopbouw meetelt anders te stellen dan de huwelijkse periode
- Te kiezen voor conversie, waardoor de waarde van zowel het te verevenen ouderdomspensioen als het de ex toekomende partnerpensioen wordt omgezet in een eigen recht op pensioen voor de ex-partner
Een afwijking kan worden overeengekomen in huwelijkse voorwaarden of in een schriftelijke overeenkomst bij de scheiding (scheidingsconvenant). Voor conversie is ook de instemming van de pensioenuitvoerder nodig.
Compensatie voor afwijkende afspraak
Het maken van een afwijkende afspraak kan diverse redenen hebben. Zo zien we in de praktijk bijvoorbeeld dat de ex-partner liquiditeiten nodig heeft om een woning te kunnen kopen en dat wordt afgesproken dat de pensioengerechtigde het hele pensioen houdt en dat de ex-partner wordt gecompenseerd met een bedrag in geld. Een dergelijke afspraak behelst geen schenking, maar heeft wel gevolgen voor de inkomstenbelasting.
Andere voorbeelden zijn dat beiden een vergelijkbaar pensioen hebben opgebouwd en dat het daardoor prettiger is dat ieder het eigen recht behoudt. Dat de een pensioen en de ander juist een lijfrente heeft. Dat er zowel pensioen bij een pensioenfonds als in eigen beheer is opgebouwd en het pensioen bij het pensioenfonds voor een groter deel dan 50% wordt verevend aan de ex-partner, terwijl het pensioen in de bv bij de dga blijft (geen verevening).
In al deze afspraken kan een verschil in waarde zijn tussen wat beide partners uiteindelijk ontvangen. Dit is (meestal) niet als schenking bedoeld en wordt ook niet als schenking ervaren, maar als compensatie voor het opheffen van een onwenselijke situatie (eigen zeggenschap over pensioeninkomen of zekerheid over externe uitvoering).
Als partners bij de scheiding niet of niet voldoende over pensioen worden voorgelicht, dan kan dit leiden tot onevenwichtige afspraken. Daar kunnen we wat van vinden, maar het is toch lastig volhouden dat hier door partijen een verrijking is beoogd.
Op grond van het standpunt van de Belastingdienst kan het (gedeeltelijk) afzien van het recht op verevening leiden tot een schenking, als geen compensatie wordt afgesproken.
Zijn de bovenstaande voorbeelden van een schenking? En als ik juist meer pensioen krijg van het pensioen van mijn ex, omdat de samenwoonperiode meetelt? Heb ik dan een schenking ontvangen?
Andere vraag is of de pensioengerechtigde die volgens het standpunt fiscaal gezien een schenking ontvangt, schenkbelasting moet betalen. Volgens artikel 33 9e graad Successiewet is geen schenkbelasting verschuldigd als inkomstenbelasting verschuldigd is. Of snijdt dit geen hout, omdat het object van de schenking een andere is dan de belaste pensioenuitkering?
De praktijk blijft met veel vragen zitten. Denk aan:
- Als is geconstateerd dat sprake is van een schenking, hoe moet dan worden bepaald wat een toereikende compensatie is?
- Stel dat een aanslag schenkbelasting is opgelegd, volgt er dan een correctie/teruggave, indien de pensioengerechtigde vóór de pensioendatum overlijdt en er helemaal geen ouderdomspensioen wordt uitgekeerd?
- Of is er juist sprake van een opschortende voorwaarde en wordt pas geheven als deze voorwaarde intreedt (artikel 1 lid 9 SW)?
- Wat gebeurt er als er méér wordt verevend dan waar standaard recht op bestaat? Moet dan de pensioengerechtigde worden gecompenseerd om een schenking te voorkomen?
- En wat nu, als partijen de verevening bij huwelijkse voorwaarden hebben uitgesloten? Is het dan ook een schenking en zo ja, op welk moment (bij het huwelijk is er geen voltooide vermogensverschuiving en ten tijde van de scheiding is er geen recht op verevening).
- Wat doen we met de afspraken die al vóór publicatie van het standpunt (5-3-2026) zijn gemaakt? Moeten die allemaal opnieuw bekeken worden?
Praktijk
Vanzelfsprekend zijn er situaties te bedenken waarin aan alle voorwaarden van een schenking wordt voldaan. Maar in de adviespraktijk zien we dat een beperking van rechten van de ene partij vaak wordt gecompenseerd voor de andere. Die compensatie bestaat overigens niet altijd uit financiële waarde. Het (eerder) en dan maar iets minder beschikbaar hebben van liquiditeiten weegt soms op tegen later en meer gespreid.
Adviseur Mariëtte Elling: “Het is goed dat we bij dit onderwerp stil blijven staan en onze klanten ervoor waarschuwen. En dat heeft de publicatie van dit standpunt zeker teweeggebracht.”