Wanneer een ondernemer een auto, een pand of ander bedrijfsmiddel aanschaft, moet meteen worden bepaald of dit hoort bij het ondernemingsvermogen of bij het privévermogen. Die keuze bepaalt hoe kosten, btw en aftrek worden verwerkt. Hoewel de regels voor de inkomstenbelasting en de btw op elkaar lijken, werken ze in de praktijk anders. In dit artikel leggen we uit hoe etikettering voor beide belastingen werkt, wat de verschillen zijn en hoe je voorkomt dat een verkeerde keuze geld kost.
Op de helpdesk merken we namelijk dat de etiketteringsregels in de praktijk vaak door elkaar worden gehaald. Veel ondernemers en adviseurs denken dat je voor IB en btw dezelfde keuze moet maken, maar dat is helemaal niet zo. Sterker nog: soms is het juist voordelig om voor elke belasting een andere keuze te maken.
-
Etikettering voor de inkomstenbelasting
Bij de inkomstenbelasting draait etikettering om de vraag of een vermogensbestanddeel zakelijk of privé wordt gebruikt. Als een goed vrijwel helemaal zakelijk wordt gebruikt, hoort het verplicht bij het ondernemingsvermogen. Wordt het goed vrijwel helemaal privé gebruikt, dan valt het verplicht in het privévermogen. Bij gemengd gebruik ontstaat keuzevermogen. Dan mag de ondernemer zelf bepalen waar het goed thuishoort, zolang die keuze redelijk is en past bij het daadwerkelijke gebruik.
De etikettering bepaalt hoe kosten, afschrijvingen en waardeveranderingen worden verwerkt. Als iets tot het ondernemingsvermogen hoort, worden kosten en afschrijvingen in de winst meegenomen en kan de ondernemer mogelijk gebruikmaken van investeringsaftrek. Hoort het goed tot het privévermogen, dan is aftrek voor zakelijke kosten slechts beperkt mogelijk. De keuze ligt in principe vast. Alleen als het gebruik duurzaam verandert, mag het goed opnieuw worden geëtiketteerd.
-
Etikettering voor de btw
Ook voor de btw moet de ondernemer bepalen of een investeringsgoed zakelijk of privé is. De btw kent echter ruimere keuzevrijheid. Bij gemengd gebruik mag de ondernemer kiezen tussen volledig zakelijk, volledig privé of een verhouding naar zakelijk gebruik. Belangrijk is dat deze keuze uiterlijk bij ingebruikneming wordt gemaakt en duidelijk blijkt uit de administratie. Doet de ondernemer dat niet, dan mag de Belastingdienst ervan uitgaan dat het goed privé is.
De etikettering heeft bij de btw vooral effect op de aftrek van voorbelasting. Alleen goederen die zakelijk worden geëtiketteerd, geven recht op (gedeeltelijke) aftrek van betaalde btw. Bij gemengd gebruik volgt later vaak een jaarlijkse correctie voor privégebruik. Vooral bij auto’s speelt dit een grote rol. In sommige situaties levert volledig ondernemingsvermogen voor de btw een netto voordeel op, ondanks een latere privécorrectie.
Het moment van kiezen is bij de btw veel strikter dan bij de inkomstenbelasting. Waar de IB vooral kijkt naar redelijkheid en gebruik, stelt de btw duidelijke eisen aan het tijdstip en de kenbaarheid van de keuze. Vooral bij panden en andere investeringsgoederen kan een te late keuze leiden tot verlies van aftrek.
Herziening is alleen mogelijk als het investeringsgoed bij aanschaf als zakelijk vermogen is aangemerkt. Is een goed bij aankoop voor 50% als privévermogen geëtiketteerd en gebruik je het later volledig zakelijk? Dan ontstaat er geen recht op teruggaaf via de herzieningsregeling.
-
Praktijkvoorbeeld: auto met gemengd gebruik
Dit voorbeeld laat goed zien hoe verschillend de keuze voor inkomstenbelasting en btw kan uitpakken.
Uitgangspunten:
| Onderdeel | Waarde |
| Aanschafprijs auto (excl. btw) | € 30.000 |
| Btw over aanschaf (21%) | € 6.300 |
| Jaarlijkse autokosten (excl. btw) | € 4.000 |
| Btw over jaarlijkse kosten | € 840 |
| Zakelijk gebruik | 60% zakelijk – 40% privé |
| Cataloguswaarde auto | € 35.000 |
| Bijtellingspercentage | 22% |
| Belastingtarief IB | 37% |
| Aantal zakelijke kilometers per jaar | 12.000 km |
| Kilometervergoeding privéauto | € 0,23 per km |
Inkomstenbelasting:
Voor de inkomstenbelasting valt deze auto in het keuzevermogen. De ondernemer mag kiezen:
| Aspect | Ondernemingsvermogen | Privévermogen |
| Aftrekbare kosten | 4.000 euro | 2.760 euro (12.000 km × 0,23) |
| Bijtelling | 7.700 euro, beperkt tot € 4.000 | Geen |
| Fiscaal resultaat | 0 euro nadeel | 2.760 euro voordeel |
| IB‑effect (37 procent) | 0 euro extra belasting | 1.021 euro belastingvoordeel |
| Einduitkomst IB | Nadeel van 0 euro | Voordeel van 1.021 euro |
IB‑conclusie: privé levert in dit voorbeeld 1.021 euro per jaar meer voordeel op.
Btw:
Voor de btw werkt het anders. Bij zestig procent zakelijk gebruik mag de ondernemer de auto volledig tot het ondernemingsvermogen rekenen. Hierdoor kan hij de btw op aanschaf, onderhoud en brandstof aftrekken. Aan het einde van het jaar volgt een correctie voor privégebruik.
| Aspect | Ondernemingsvermogen | Privévermogen |
| Aftrek btw aanschaf | 6.300 euro | Geen |
| Aftrek btw kosten | 840 euro | 504 euro (60 procent van 840) |
| Privégebruikcorrectie | 945 euro | Geen |
| Btw‑saldo | 7.140 – 945 = 6.195 euro voordeel | 504 euro voordeel |
| Einduitkomst btw | Voordeel van 6.195 euro | Voordeel van 504 euro |
Btw‑conclusie: ondernemingsvermogen levert 5.691 euro meer btw‑voordeel op.
Samenvatting
| Belastingsoort | Beste keuze | Voordeel t.o.v. alternatief |
| Inkomstenbelasting | Privé | 1.021 euro per jaar |
| Btw | Ondernemingsvermogen | 5.691 euro per jaar |
Eindconclusie: het is fiscaal voordelig om de auto voor IB privé te houden en voor de btw zakelijk te etiketteren.
-
Overeenkomsten tussen IB en btw
Beide systemen kijken naar het gebruik van het goed en beide kennen keuzevermogen bij gemengd gebruik. De ondernemer moet de gemaakte keuze in beide belastingmiddelen goed vastleggen. Ook geldt dat de fiscale gevolgen volledig afhangen van de gekozen sfeer. Hoort het goed bij de onderneming, dan worden kosten en btw‑aftrek binnen die sfeer verwerkt. Hoort het bij privé, dan geldt juist het privékader.
-
Belangrijkste verschillen
De grootste verschillen zitten in de keuzevrijheid, de toetsing en het moment waarop de keuze moet worden gemaakt. De inkomstenbelasting hanteert duidelijke grenzen. Minder dan tien procent zakelijk gebruik betekent verplicht privé, meer dan negentig procent betekent verplicht ondernemingsvermogen. Daartussen geldt keuze, maar altijd binnen de grenzen van redelijkheid.
De btw kent deze grenzen niet. Bij gemengd gebruik mag de ondernemer vrijwel altijd kiezen, zolang die keuze maar tijdig en duidelijk wordt vastgelegd. Verder is heretikettering bij de inkomstenbelasting mogelijk wanneer het gebruik duurzaam wijzigt.
Bij de btw ligt de keuze in principe vast en kan deze alleen in uitzonderlijke gevallen worden herzien.
Verschillende keuzes voor IB en btw: mag dat?
De keuze voor de IB en btw staat volledig los van elkaar. De wet verplicht niet tot dezelfde etikettering. Een ondernemer mag dus een goed voor de inkomstenbelasting tot het privévermogen rekenen, terwijl hij ditzelfde goed voor de btw als ondernemingsvermogen kiest. Dat kan zelfs gunstig zijn.
We nemen opnieuw de auto als voorbeeld. De auto is gekocht als margeauto en toen voor zowel de IB als de btw zakelijk geëtiketteerd. Verkoopt de btw‑ondernemer de auto later? Dan is in principe btw verschuldigd over de verkoopprijs.
De ondernemer kan dit voorkomen door de auto eerst voor de btw aan de onderneming te onttrekken. Dat kan zonder btw, omdat alleen bij aankoop met recht op aftrek btw verschuldigd is bij onttrekking. Bij een margeauto bestaat dat recht niet.
De ondernemer noteert in de administratie op welke datum de auto voor de btw is onttrokken. Vanaf dat moment blijft de auto voor de IB zakelijk, maar wordt hij voor de btw privévermogen. Daarna kan de ondernemer de auto voor de btw vanuit privé verkopen, bijvoorbeeld bij inruil, zonder dat btw is verschuldigd.
Voor de IB ligt dat anders: de gekozen etikettering staat in principe vast. Heretikettering naar privé kan alleen bij bijzondere omstandigheden, zoals een wetswijziging of een fundamentele wijziging in het gebruik van de auto.
Een ander voorbeeld is de werkruimte. Voor de btw zijn investeringskosten aftrekbaar op basis van het werkelijke zakelijke gebruik, zolang de kosten zakelijk zijn geëtiketteerd en voor belaste prestaties worden gebruikt. Voor de IB gelden strenge eisen voor zakelijke etikettering, zoals de eis van een eigen opgang. Voor de btw spelen zulke harde voorwaarden geen rol; het gaat er vooral om dat het zakelijke gebruik objectief aantoonbaar is. Zie ook onze eerdere blog.
-
Praktische aandachtspunten
Om problemen te voorkomen, moet de ondernemer de gemaakte keuze goed onderbouwen. Denk aan rittenregistraties, een overzicht van werkruimtegebruik of een duidelijke beschrijving van de functie van een pand of aanbouw. Als het gebruik later verandert, moet opnieuw worden beoordeeld of de oude etikettering nog klopt. Bij de btw kan dat leiden tot een herziening van eerder afgetrokken btw, terwijl bij de IB heretikettering aan de orde kan zijn.
-
Conclusie
Etikettering bepaalt hoe kosten, btw en aftrekposten worden berekend. Voor de inkomstenbelasting draait het vooral om het gebruik en de redelijkheid binnen duidelijke grenzen. Voor de btw gaat het om een tijdige, expliciete keuze die veel invloed heeft op de aftrek van btw. De keuzes hoeven niet gelijk te zijn. Sterker nog, in de praktijk levert een gescheiden keuze vaak het beste resultaat op. Een goede vastlegging helpt de ondernemer om discussies met de Belastingdienst te voorkomen en om optimaal gebruik te maken van de fiscale mogelijkheden.
Meer verdieping
Blijf scherp op de laatste btw-ontwikkelingen en fiscale actualiteiten! Sluit aan bij het periodieke webinar over btw-actualiteiten of het periodieke webinar fiscaal algemeen. Wessel Havelaar praat je bij over recente btw-wijzigingen en fiscale actualiteiten voor de adviespraktijk. Actueel, compact en direct toepasbaar. In één uur bijgepraat over fiscale actualiteiten die ertoe doen!
Heb je vragen over dit onderwerp, dan kun je contact opnemen met Wessel Havelaar (btw-specialist) van de fiscale afdeling. Bij voorkeur doe je dit via fiscaal@auxiliumadviesgroep.nl
Het team Fiscaal helpt je graag!
