Elke werkdag bereikbaar op 033 433 7217
2 april 2025 Fiscaal

Geruisloze inbreng en (tussen) holdingstructuur

Tips voor de praktijk

Het omzetten van een eenmanszaak of vennootschap onder firma naar een besloten vennootschap (bv) kan op twee manieren: met belastingafrekening (ruisend) of zonder belastingafrekening (geruisloos). Hieronder leggen we de voorwaarden uit voor geruisloze inbreng, vooral wanneer een (tussen)holdingstructuur gewenst is.

Geruisloze inbreng volgens artikel 3.65 Wet IB 2001

Artikel 3.65 Wet IB 2001 maakt het mogelijk om een onderneming geruisloos in te brengen in een bv. Hierbij mag de inbreng niet gericht zijn op verkoop of liquidatie van de onderneming. Er mag dus geen verkoopvoornemen zijn op het moment van inbreng.

Holdingstructuur

Veel ondernemers willen een holdingstructuur opzetten, bestaande uit een holding en een werkmaatschappij. De doorzak van de holding naar de werkmaatschappij wordt gezien als een verkoop van de ingebrachte onderneming. Om belastingafrekening te vermijden, is er een goedkeuring opgenomen in onderdeel 4.2.2. van het Besluit geruisloze omzetting.

Wanneer de onderneming direct na inbreng in de holdingvennootschap wordt doorgeschoven naar een werkmaatschappij, heeft dit onder bepaalde voorwaarden geen gevolgen voor de gewenste geruisloze omzetting. Ondernemers moeten dan  gebruikmaken van de faciliteiten voor bedrijfsfusiefaciliteit (artikel 14 Wet Vpb) of de fiscale eenheid (artikel 15 Vpb) met de daarbij behorende voorwaarden.

Dubbele doorzak

We zien in de praktijk dat ondernemers de onderneming nogmaals willen laten doorzakken, zodat een structuur van holding-tussenholding-werkmaatschappij ontstaat. Dit kan met de bedrijfsfusiefaciliteit of de fiscale eenheid, maar er zijn aanvullende voorwaarden.

Als de laatste uitzakking via een bedrijfsfusie plaatsvindt, mogen er geen vermogensbestanddelen met stille reserves (bijvoorbeeld het ingebrachte vastgoed) in de tussenholding achterblijven, tenzij het achterblijvende deel kwalificeert als onderneming of zelfstandig onderdeel van een onderneming. Zie onderdeel 3.1.1. van het Besluit bedrijfsfusie van 12 augustus 2022.

Blijven er wel vermogensbestanddelen achter in de tussenholding, dan is doorzak alleen mogelijk binnen fiscale eenheid. Het is belangrijk dat de fiscale eenheid binnen drie maanden na oprichting van de bv’s wordt aangevraagd, waarbij de oprichtingsdatum van de bv’s als ingangsdatum geldt. Volgens de Belastingdienst wordt in de praktijk regelmatig vergeten om de fiscale eenheid (op tijd) aan te vragen.

Praktische tips

  1. Dien namens de inbrenger(s) een verzoek geruisloze omzetting in bij de Belastingdienst en vraag daarbij ook om het vaststellen van de fiscale verkrijgingsprijs.
  2. Vraag tijdig een fiscale eenheid aan: zorg ervoor dat de fiscale eenheid binnen drie maanden na oprichting van de bv’s wordt aangevraagd, met als ingangsdatum de oprichtingsdatums van deze bv’s.
  3. Controleer vermogensbestanddelen: bij een dubbele doorzak, controleer of er vermogensbestanddelen met stille reserves in de tussenholding achterblijven. Dit kan leiden tot het vervallen van de geruisloze inbrengfaciliteit.

Conclusie

Geruisloze inbreng biedt veel voordelen, maar vereist zorgvuldige planning en naleving van de voorwaarden. Door op tijd een fiscale eenheid aan te vragen en goed te documenteren, help je jouw cliënten om belastingafrekening te voorkomen en een efficiënte holdingstructuur te maken.

In onze cursus ‘De bv in en uit’ behandelen we aan de hand van een praktijkcasus de inbreng van een onderneming in de bv. In deze casus komt bovengenoemde situatie aan bod. De cursus kun je dit voorjaar volgen in Leusden, Eindhoven en Groningen. Kijk hieronder voor meer informatie.

Hulp nodig?

 

 

Het team Fiscaal helpt je graag!

Stuur een mail aan fiscaal@auxiliumadviesgroep.nl.

Meer weten? Bekijk dan de volgende cursus: