Elke werkdag bereikbaar op 033 433 72 17
27 augustus 2019 Nieuws

Vrijval in de winst bij een lijfrente, stamrecht of pensioen

Mariëtte Elling CFP® RES Financieel planner

Rechtbank Gelderland heeft deze zomer bevestigd dat niet is te ontkomen aan de wettelijk verplichte 4% rekenrente in een fiscale waarde. Dat er daardoor sprake is van een vrijval in de winst en een (aanzienlijke) heffing van vennootschapsbelasting over niet gerealiseerde winst, is door de wetgever onderkend maar niet ondervangen. De uitspraak van de rechtbank betreft een stamrecht (ontslagvergoeding) in een BV, maar ditzelfde geldt voor een lijfrente en een pensioen waarvan het opgerente kapitaal wordt omgezet in een reeks uitkeringen. Het kan ook de lijfrente betreffen, die bij de overdracht van de onderneming is bedongen en die direct uitkeert. In dat geval ziet de overnemende ondernemer zich al meteen geconfronteerd met een heffing inkomstenbelasting.

Achtergrond

De vrijval ten gunste van de winst is er in het jaar waarin de uitkeringen worden bepaald. De oorzaak ligt bij de rekenregels die moeten worden gebruikt. En dan vooral het verschil in rente bij het berekenen van de hoogte van de uitkering en de rente voor de fiscale voorziening. De actuele rente is gering en dat maakt dat de uitkeringen laag zijn. Van deze lage uitkeringen wordt vervolgens jaarlijks de fiscale waarde voor de aangifte vennootschapsbelasting berekend met 4% rente. Deze relatief hoge rente geeft een beperkte fiscale waarde en dat geeft de vrijval in de winst.

Hoe langer de uitkeringsduur, hoe meer vat de rente erop heeft en hoe groter de vrijval. Met andere woorden: een levenslange uitkering geeft de grootste vrijval.

Hoewel de fiscale waarde – door de 4% rekenrente – aanzienlijk lager is, is de commerciële waarde (de ‘werkelijke waarde’) ongewijzigd gebleven. Het is dus niet zo dat met de lagere fiscale waarde ook minder vermogen van de BV nodig is voor de lijfrente, het stamrecht of pensioen.

Voorkomen?

De vrijval is, zoals door de uitspraak van de Rechtbank is bevestigd, niet te voorkomen. De belastingdruk kan echter wel zo laag mogelijk worden gehouden door het optimaal benutten van de fiscale kaders voor de uitkeringen. De uitkeringsvormen zijn afhankelijk van de verplichting. Bij een stamrecht (ontslagvergoeding) zijn er meer mogelijkheden dan bij een lijfrente of pensioen. In de adviespraktijk is het goed om de belastingdruk over de uitkeringen af te zetten tegen de vrijval in de winst, voordat een definitieve beslissing wordt genomen over de hoogte en looptijd van de uitkeringen.

Indien de BV over voldoende liquiditeiten beschikt, kan de verplichting in veel gevallen worden afgestort naar een bank of verzekeringsmaatschappij. Als dit tijdig gebeurt, is er geen vrijval. De gehele verplichting wordt aan de bank of verzekeraar overgedragen. Naar welke uitvoerder mag worden afgestort en voor welke uitkeringsvormen gekozen kan worden, is afhankelijk van de verplichting (lijfrente, stamrecht of pensioen).