Helpdeskvraag
“Mijn klant heeft een bv met een lijfrenteverplichting. Zij wil van haar bv af nu zij wat ouder wordt. De activa bestaan alleen uit liquiditeiten. Wat te doen met de lijfrente? Hoe kan mijn klant haar bv met lijfrenteverplichting liquideren?”
Ons advies
Algemeen
Als adviseur in het mkb krijg je deze vraag vast vaker. De klant wil eenvoud en wil bij overlijden de partner niet achterlaten met een bv (waarin een verplichting zit). Het zomaar liquideren van een bv, terwijl er nog een pensioen-, stamrecht-, lijfrenteverplichting of ODV op de balans staat, levert fiscale sancties op. Zie deze publicatie over pensioenverplichtingen.
Gelukkig heeft de bv van deze klant voldoende liquiditeiten, waardoor er een alternatief is.
Opties lijfrente
De lijfrente is bedongen bij de inbreng van de onderneming in de bv. Jouw klant kan dan het volgende overwegen:
- Looptijd verkorten: de commerciële waarde van de lijfrente wordt gebruikt voor een tijdelijke oudedagslijfrente met een kortere looptijd dan nu het geval is.
- Overdragen: de commerciële waarde van de lijfrente wordt afgestort bij een professionele uitvoerder, een verzekeraar (lijfrenteverzekering), bank (bankspaarproduct) of beleggingsinstelling (beleggingslijfrente).
De lijfrente mag alleen naar een andere bv (ander eigenbeheer-lichaam) worden overgedragen, als de lijfrente met de onderneming meegaat. In dit geval wordt geen onderneming meer gedreven uit de bv (ook niet indirect) en kan geen sprake zijn van de overdracht van een onderneming. Daardoor is de overdracht naar een andere bv voor deze klant geen alternatief.
Na uitvoering van optie 2 kan de bv direct worden geliquideerd. Bij optie 1 blijft de bv nog een beperkte periode bestaan. Welke optie het meest passend is, hangt af van de specifieke situatie van de klant.
Aandachtspunten
Als het verkorten van de looptijd betekent dat een levenslange uitkering wordt omgezet in een tijdelijke, dan moet de uitkering na de omzetting nog minimaal 5 jaar lopen. Is al sprake van een tijdelijke uitkering en wordt deze omgezet in een uitkering met een kortere duur, dan is de minimale looptijd na de omzetting 5 jaar of – als dit korter is – de resterende looptijd van de lopende lijfrente.
Verder is van belang dat de klant niet meer dan bruto € 27.192 (2026) op jaarbasis ontvangt uit alle tijdelijke oudedagslijfrenten samen (dus ook uit die bij verzekeraars, banken en beleggingsinstellingen).
Actuariële berekeningen vormen de basis en de wijzigingen moeten worden vastgelegd in notulen AV en – bij optie 1 – een addendum op de lijfrenteovereenkomst.
De bv is niet inhoudingsplichtig voor de lijfrente-uitkeringen. De uitkeringen moeten vanzelfsprekend wel in de aangifte IB worden meegenomen.
Overdracht aan een professionele partij gebeurt (eveneens) zonder inhoudingen. De bv maakt de waarde van de lijfrente rechtstreeks naar de nieuwe uitvoerder over.
Beide opties zijn fiscaal toegestaan en er is in beginsel geen afstemming met de Belastingdienst nodig.
Geen liquidatie maar emigratie
De bv is uitsluitend een toegelaten uitvoerder van de lijfrente, als deze in Nederland is gevestigd en deze de lijfrente blijft rekenen tot haar binnenlands (= Nederlands) ondernemingsvermogen. Aan deze fiscale voorwaarde wordt niet meer voldaan, als bij emigratie van de dga geen bestuurder in Nederland is aangewezen. De bv wordt dan namelijk geacht met de dga mee te emigreren.
Is het een emigratie naar een andere EU-lidstaat of EER-land dan kan de Belastingdienst worden verzocht de bv aan te wijzen als toegelaten uitvoerder van de lijfrente. Emigreert de dga naar een ander land, dan is een deze aanwijzing niet mogelijk en moet de lijfrente uit de bv worden gehaald.
De emigrerende dga heeft in basis dezelfde opties als hiervoor toegelicht. Het verkorten van de looptijd is vaak geen werkbaar alternatief, als de emigratie al op kortere termijn moet plaatsvinden.
Meer informatie
Mariëtte Elling heeft ook artikelen geschreven over een stamrecht, ODV of pensioen in de bv.