Elke werkdag bereikbaar op 033 433 72 17
6 december 2023 Scheiden

Scheiden: overlijden - testament

Bekijk ook de andere artikelen in deze reeks!

Jouw klant heeft verteld dat hij gaat scheiden. Je wilt hem graag uitleggen dat zijn testament mogelijk aangepast moet worden, maar wat zijn de aandachtspunten?

Het huwelijk eindigt bij echtscheiding pas op het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Het traject van de echtscheiding gaat daaraan vooraf en kan, afhankelijk of partijen in staat zijn samen de benodigde afspraken te maken, een lange periode beslaan. Wat als een van de echtgenoten tijdens deze tijdspanne overlijdt? Een onderwerp dat vaak wordt vergeten, omdat er bij een scheiding al zoveel moet worden geregeld. De gevolgen van een overlijden zijn vanuit emotioneel en vermogensrechtelijk oogpunt groot. Bij een scheidingstraject is het belangrijk hieraan aandacht te besteden.

Overlijden tijdens het echtscheidingstraject

Geen testament

Op grond van de wet zijn de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot samen met de kinderen, ieder voor een gelijk gedeelte, erfgenamen.

Voorbeeld: Hans (43 jaar) en Vera (40 jaar) hebben 2 kinderen, Fien (12 jaar) en Oscar (10 jaar). Stel dat Hans overlijdt nadat het verzoek tot echtscheiding is ingediend maar voordat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Hans had geen testament. De erfgenamen van Hans zijn Vera en de kinderen, ieder voor een derde deel. Zou dit de wens van Hans zijn geweest?!

Bij ongehuwde samenwoners speelt deze vraag niet als er geen testament is: dan erft de (ex-) partner niet op grond van de wet.

 Fiscaal

Als Vera in het hiervoor beschreven voorbeeld van Hans erft, dan komt Vera in aanmerking voor de grote echtgenotenvrijstelling (in 2023 €723.526) en het gunstige 10%-20% tarief in de Successiewet. Zolang het huwelijk tussen Hans en Vera namelijk nog niet officieel is geëindigd (inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand), kwalificeert Vera bij een overlijden van Hans nog als partner in de zin van de Successiewet en erft Vera dus op een fiscaalvriendelijke wijze.

Wel een testament

Als Hans wel een testament had, dan is het aannemelijk dat hierin een clausule is opgenomen dat Vera alleen erft als er op het moment van het overlijden geen verzoek tot echtscheiding is ingediend. Vera is in dat geval onterfd (dus ‘pas’ nadat het verzoek is ingediend) en de kinderen Fien en Oscar zijn de enige erfgenamen in de nalatenschap van Hans. Let op: lang niet alle testamenten zijn voorzien van een dergelijke ‘echtscheidingsclausule’. Niet alleen bij een gehuwde situatie zoals bij Hans en Vera is het van belang het bestaande testament te controleren, dit geldt ook bij ongehuwde samenwoners die elkaar in het testament hebben benoemd. In beide situaties geldt dat bij een scheiding de inhoud van het testament beoordeeld moet worden en gecontroleerd of deze nog aansluit bij de wensen.

Bij ongehuwde samenwoners wordt het fiscaal partnerschap voor de Successiewet verbroken op het moment dat de samenwoners op het moment van het overlijden volgens de registers niet meer op één woonadres staan ingeschreven of als de notariële samenlevingsovereenkomst is opgezegd terwijl zij nog niet langer dan vijf jaar onafgebroken staan ingeschreven op hetzelfde adres.

Wettelijke rechten

Als een echtgenoot is onterfd en de echtscheiding nog geen feit is, kan deze echtgenoot wel een beroep doen op de zogenoemde wettelijke rechten. Deze rechten houden in dat in weerwil van het testament een echtgenoot altijd rechten behoudt voor bepaalde goederen van de nalatenschap. De voor het onderhavige onderwerp belangrijkste wettelijke rechten zijn: het voortgezet woongenot van de woning en inboedel, welk recht in duur beperkt kan worden. Dit recht geldt (gemaximeerd tot een half jaar) overigens ook voor degenen die met de overledene een gemeenschappelijke huishouding voerden, denk aan ongehuwde samenwoners. Als een echtgenoot rechten wenst over andere goederen van de nalatenschap zoals een bankrekening of effectenportefeuille, kan binnen één jaar na het overlijden een verzoek worden ingediend bij de kantonrechter. Is de procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed meer dan een jaar voor het overlijden ingediend, dan vervallen deze wettelijke rechten (tenzij de lange duur van de procedure niet aan de echtgenoot kan worden aangerekend).

Overlijden na de echtscheiding

In de wet is bepaald dat als een testament is opgemaakt kort voorafgaande of tijdens het bestaan van het huwelijk, en dit huwelijk op het moment van het overlijden inmiddels is geëindigd (of als er sprake is van scheiding van tafel en bed), de testamentaire beschikkingen ten behoeve van die ex-echtgenoot komen te vervallen. Dit is alleen anders als uit het testament expliciet blijkt dat het juist de bedoeling van de erflater was dat de ex-partner ook in de gescheiden situatie erft. (1) Om discussies en procedures na overlijden te voorkomen is het dus, óók op het moment dat de echtscheiding al een feit is, van groot belang kritisch naar het testament te kijken. Ook als er geen testament is, is het verstandig na te denken over de erfrechtelijke gevolgen van een overlijden. Weliswaar erft de ex-partner niet meer op grond van de wet, maar deze kan, als er kinderen zijn, nog wel een rol spelen.

Voogdij

Als een kind nog minderjarig is, houdt de andere ouder het gezag over het kind als hij dat voor het overlijden ook had. Er hoeft dan niet te worden voorzien in een voogd. Als hij dat gezag niet had, kan de langstlevende ouder een verzoek bij de rechtbank indienen tot het toekennen van het gezag. De rechter toetst dit verzoek aan het belang van het kind en kent het verzoek al dan niet toe.

Als gescheiden ouder is het verstandig na te denken over de situatie dat beide gezaghebbende ouders zijn overleden. Wie moet de verzorging en opvoeding van het kind op zich nemen? Dit kan worden vastgelegd in een testament of in het gezagsregister (2).

Testamentair bewind en uitsluiten ouderlijk vruchtgenot

De langstlevende ouder met gezag voert van rechtswege het bewind over het vermogen van het minderjarige kind. Door in het testament (van de eerst stervende ouder) een bewindvoerder te benoemen (bijvoorbeeld een familielid) wordt dat bewind van de langstlevende ouder doorkruist. Deze bewindvoerder voert dan namens de minderjarige het beheer over het geërfde vermogen. Overigens kan een ouder bepalen dat het bewind ook na het bereiken van de minderjarige leeftijd voortduurt, bijvoorbeeld tot het kind 25 jaar is.

De gescheiden ouder dient zich bewust te zijn van het zogenaamde ouderlijk vruchtgenot. Een ouder met gezag heeft namelijk recht op de vruchten van het vermogen van het minderjarige kind (denk bijvoorbeeld aan rente of dividend). Dit recht kan bij testament worden uitgesloten: de langstlevende ouder (de ex) heeft dan niet meer het recht op de vruchten van het geërfde vermogen, die komen uitsluitend toe aan het minderjarige kind.

Tweetrapsbepaling

Nadat een kind van een overleden ouder heeft geërfd, kan deze erfenis – na een overlijden van het kind zelf – alsnog aan de andere ouder toekomen. Bij gescheiden ouderparen wordt dit over het algemeen als niet wenselijk ervaren. Deze vererving kan door de ouders worden tegengegaan door in het testament een tweetrapsbepaling op te nemen. Op grond van een dergelijke bepaling wordt voorkomen dat het geërfde vermogen tot de nalatenschap van het kind behoort. Door het verbinden van een ontbindende en opschortende voorwaarde aan deze verkrijging, komt het geërfde vermogen kortgezegd toe aan een aangewezen verwachter, bijvoorbeeld een ander kind. Een tweetrapsbepaling kent vele civiele, fiscale en praktische ‘haken en ogen’. Een goede voorlichting op dit punt is essentieel.

Advies

Het nadenken over de gevolgen van een overlijden heeft bij een echtscheidingstraject lang niet bij iedereen prioriteit. Toch is het goed dit aspect op tijd bespreekbaar te maken en de benodigde documenten te checken. Denk dan niet alleen aan het testament en het levenstestament, maar vergeet ook (oude) polissen van levensverzekering niet: klopt de begunstiging nog?

(1) Artikel 4:52 BW.

(2) Formulier aanwijzen voogd

Bovenstaande informatie hebben Mariëtte Elling, Fenna Maertens en Maartje Mathijsen eerder verwerkt in een artikel voor Vp-bulletin 2019/49. De tekst is waar nodig geactualiseerd.

Word een betere gesprekspartner voor jouw cliënt: