Elke werkdag bereikbaar op 033 433 72 17
30 mei 2024 Scheiden

Scheiden: het pensioen

Bekijk ook de andere artikelen in deze reeks!
Mariëtte Elling CFP® RES Financieel planner

Jouw klant heeft verteld dat zij gaat scheiden. Je wilt haar graag wat meer vertellen over het opgebouwde pensioen. Welke afspraken kunnen zij maken?

Pensioen wordt door de meeste mensen in normale omstandigheden al als ingewikkeld ervaren. Komt er ook nog een echtscheiding bij kijken, dan is het voor velen – inclusief de adviseurs – helemaal niet meer te overzien. In de praktijk blijkt dan ook dat er slechte (niet bij de wensen passende) of zelfs helemaal geen afspraken over het pensioen worden gemaakt. Het is om meerdere redenen juist erg belangrijk dat er wel goede afspraken worden gemaakt. Zo vertegenwoordigt het pensioen vaak een aanzienlijk deel van het totale vermogen. En het is inkomen in een periode dat men niet meer in staat is op een andere manier inkomsten te generen. Daarnaast is het een recht dat niet verjaart. Ook als de ex-partner zich pas jaren later meldt, heeft hij of zij recht op een deel van het pensioen van de ander. In de praktijk betaalt de pensioenuitvoerder het pensioen dan niet aan de ex-partner, maar laat dit over aan de pensioengerechtigde.

Het recht op pensioen valt niet in een gemeenschap van goederen (1), maar behoort bij een scheiding wel tot het vermogen. Het wordt wel anders bekeken dan het andere vermogen van de echtgenoten. Voor het ouderdomspensioen (en het partnerpensioen dat door de DGA in eigen beheer is opgebouwd) vinden we de regelgeving in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS). De afwikkeling van het partnerpensioen bij scheiding (voor pensioen dat niet in eigen beheer is opgebouwd) is vastgelegd in de Pensioenwet (PW). Ondanks dat partijen afspreken de wettelijke regelingen te volgen of daar juist van af te wijken, is het belangrijk het ouderdomspensioen en het partnerpensioen los van elkaar te beoordelen. In dit artikel lichten we het ouderdomspensioen toe. Het partnerpensioen volgt in een volgend artikel in de serie ‘scheiden’.

Ouderdomspensioen

De WVPS ziet op het levenslange of tijdelijke ouderdomspensioen dat wordt uitgekeerd zolang degene die het pensioen heeft opgebouwd in leven is. Het gaat om pensioen dat is toegezegd door een werkgever en is opgebouwd bij bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij of pensioen dat is opgebouwd in een pensioenregeling bij een beroeps- of bedrijfstakpensioenfonds (2). Verder is voor toepassing van de WVPS van belang dat daadwerkelijk een ‘spaarpot’ is gevormd. De wet geldt voor een scheiding van alle gehuwden (en geregistreerd partners), ongeacht of er huwelijkse voorwaarden zijn opgemaakt. Wel kan de wet expliciet worden uitgesloten in huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant. Is dat niet het geval, dan is de wet van toepassing. Ook een scheiding van tafel en bed wordt in dit kader als echtscheiding gezien. Ongehuwde samenwoners vallen niet onder de WVPS. Zij kunnen samen afspraken over het pensioen maken.

In de WVPS is kortweg bepaald dat de ex-partner recht heeft op uitbetaling van 50% van het door de ander tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Het pensioen wordt op deze wijze verevend, tenzij het te verevenen ouderdomspensioen lager is dan €1.189,78 (2023) per jaar.

Een voorbeeld

We kijken naar het echtpaar Vera (40) en Hans (43). Hans heeft alleen pensioen opgebouwd vóór het huwelijk en zijn pensioen wordt dus niet verevend. Vera heeft tijdens het huwelijk wel een ouderdomspensioen opgebouwd, namelijk €9.000 bruto per jaar dat levenslang wordt uitgekeerd vanaf haar 68-jarige leeftijd. Volgens de standaard pensioenverevening in de WVPS krijgt Hans van dat pensioen €4.500 bruto per jaar uitgekeerd. Vera ontvangt het resterende deel van haar pensioen. Hans krijgt dus een deel van het pensioen van Vera en is afhankelijk van de keuzes die Vera maakt, zoals uitstel of vervroeging van de pensioendatum. Dat is lastig voor zijn eigen financiële planning. Zodra Vera overlijdt, stopt de uitkering van het ouderdomspensioen. Wellicht wordt er dan een bijzonder partnerpensioen uitgekeerd aan Hans. Overlijdt Hans vóór Vera, dan krijgt Vera haar volledige pensioen van €9.000 uitgekeerd. Als Hans en/of Vera binnen twee jaar na de inschrijving van de scheiding aan de pensioenuitvoerder melden dat zij zijn gescheiden, dan betaalt de uitvoerder rechtstreeks aan Hans. Informeren zij de uitvoerder niet of niet tijdig met het daartoe ontwikkelde formulier (3), dan is dat wettelijke recht verlopen en moet Vera een deel van haar pensioen doorbetalen aan Hans. Hans heeft dan dus nog wel recht op het pensioen van Vera, maar niet meer op uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Vera en Hans hebben geen huwelijkse voorwaarden, waarin zij afspraken over het pensioen hadden kunnen maken. Als zij ook bij de scheiding niets over het pensioen afspreken, geldt de wettelijke pensioenverevening. Zelfs als Hans pas jaren later aanspraak maakt op zijn recht, moet Vera een deel doorbetalen.

De WVPS biedt de mogelijkheid de wet geheel buiten werking te stellen of af te wijken van de standaardverevening, maar deze keuze moet wel expliciet zijn vastgelegd. Zo kan ervoor worden gekozen ook de pensioenopbouw vóór het huwelijk mee te nemen als partijen bijvoorbeeld al hebben samengewoond voor het huwelijk. Of de verdeelsleutel kan anders zijn dan 50/50. En de peildatum voor het opgebouwde pensioen kan op een afwijkende datum worden vastgesteld. Bijvoorbeeld niet op de scheidingsdatum maar op de datum waarop een van beiden het huis verliet. Ook hier is het belangrijk de pensioenuitvoerder binnen twee jaar op de hoogte te stellen, zodat zij deze afwijkende regeling uitvoert. De WVPS biedt daarnaast de ruimte te kiezen voor conversie (splitsen in plaats van verdelen).

Stel dat in de regeling van Vera alleen een ouderdomspensioen is opgebouwd, dan betekent conversie dat Hans een eigen pensioen van €3.050 bruto per jaar ontvangt, dat wordt uitgekeerd vanaf het moment dat hij 68 jaar wordt. Omdat Hans iets ouder is dan Vera, krijgt hij dan het pensioen drie jaar eerder. Hans is door de conversie niet meer afhankelijk van het al dan niet in leven zijn van Vera en de keuzes die zij maakt. Dat klinkt als een voordeel, maar er kunnen ook nadelen zijn. Als Vera ook een partnerpensioen heeft opgebouwd, dan wordt ook dat omgezet in het eigen pensioen voor Hans. Als Vera na de conversie overlijdt, ontvangt Hans daarom geen partnerpensioen. Voor Vera is een groot nadeel dat het pensioen niet meer terugkeert naar haar, als Hans eerder overlijdt. Zij ontvangt dan nog steeds een gekort pensioen. Conversie kan alleen worden uitgevoerd, als beide partijen en de pensioenuitvoerder hiermee akkoord gaan.

Wet pensioenverdeling bij scheiding 2022

Het voorstel voor de ‘Wet pensioenverdeling bij scheiding 2022’ is ingediend bij de Tweede Kamer. Verwachting is dat deze wet pas per 2028 wordt ingevoerd en dat tot die tijd een overbruggingsregeling gaat gelden. Het is de bedoeling dat deze wet de WVPS vervangt voor alle toekomstige scheidingen. In deze nieuwe wet wordt conversie de standaard en moeten pensioenuitvoerders dit automatisch uitvoeren na ontvangst van het bericht van de echtscheiding (van de gemeente). Verevening is geen optie meer. Partijen zijn na conversie niet meer afhankelijk van elkaar, hoeven geen pensioen meer aan elkaar door te betalen en hebben beter inzicht in het eigen oudedagsinkomen. Wel kunnen zij binnen zes maanden aangeven dat zij andere afspraken hebben gemaakt. Dit kunnen zijn: een andere opbouwperiode van het pensioen, een andere verdeling dan 50/50 of het buiten de conversie laten van het partnerpensioen. Naar verwachting worden er door deze nieuwe wet – als die wordt aangenomen – 10.000 pensioenen extra verdeeld. Of dat betekent dat de toedeling van het pensioen dan ook meer past bij de wensen en de situatie, moeten we afwachten.

(1) Artikel 1:94 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek.

(2) We hebben het hier dus niet over een lijfrente of ontslagvergoeding (stamrecht). Dit zijn beide vermogensbestanddelen die afhankelijk van het huwelijksvermogensrecht wellicht moeten worden verdeeld of verrekend.

(3) Mededelingsformulier in verband met verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding, Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Bovenstaande informatie hebben Mariëtte Elling, Fenna Maertens en Maartje Mathijsen eerder verwerkt in een artikel voor Vp-bulletin 2019/49. De tekst is waar nodig geactualiseerd.