Steeds vaker ontvangen wij signalen dat belastingplichtigen een definitieve aanslag inkomstenbelasting ontvangen, terwijl zij al geruime tijd eerder een formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) hebben ingediend. Dat roept de vraag op of je bezwaar moet maken tegen de aanslag, vooral als uit de aanslag niet blijkt dat de Belastingdienst rekening heeft gehouden met het opgegeven werkelijke rendement.
In zo’n situatie draait het niet alleen om de inhoud van het OWR-formulier, maar ook om het behoud van formele rechtsbescherming.
Ons standpunt: maak tijdig bezwaar
Ons advies is om in deze situatie tijdig bezwaar te maken tegen de definitieve aanslag. Verwijs daarbij expliciet naar het eerder ingediende OWR-formulier en – voor zover aanwezig – naar de ontvangstbevestiging van de Belastingdienst.
Met een bezwaar blijft gewaarborgd dat de inspecteur het eerder ingediende OWR-formulier betrekt bij de beoordeling van de aanslag. Hoewel de Belastingdienst de aanslag mogelijk later alsnog vermindert, biedt een bezwaarprocedure meer zekerheid.
Daarnaast houd je de rechtsmiddelen open. Maak je geen bezwaar, dan staat de aanslag na afloop van de bezwaartermijn in beginsel vast. Tegen een uitspraak op bezwaar kun je nog beroep instellen bij de belastingrechter. Die mogelijkheid bestaat niet op dezelfde manier als je alleen vraagt om ambtshalve vermindering.
Denk ook aan een kostenvergoeding
Vermindert de Belastingdienst de aanslag in bezwaar omdat een eerder ingediend OWR-formulier niet is verwerkt, dan kan sprake zijn van een onrechtmatigheid die aan de Belastingdienst is te wijten. In dat geval kan recht bestaan op een vergoeding van de gemaakte bezwaarkosten volgens de regels van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Neem daarom direct in het bezwaarschrift een verzoek om kostenvergoeding op. Wacht daar niet mee tot de inspecteur op het bezwaar heeft beslist.
Vergeet de belastingrente niet
Controleer ook de belastingrente. Als het OWR-formulier vóór het vaststellen van de definitieve aanslag is ingediend, aan de overige wettelijke voorwaarden is voldaan en het formulier leidt tot een lagere belastingheffing, kan volgens de regels recht bestaan op vergoeding van belastingrente.
Ga er daarom niet zonder meer van uit dat de Belastingdienst dit automatisch goed verwerkt. Neem de belastingrente al mee in het bezwaar en controleer bij de latere vermindering van de aanslag of de rente ook daadwerkelijk juist is verminderd of vergoed.
Bezwaartermijn al verstreken?
Is de bezwaartermijn inmiddels verlopen, dan hoeft dat niet direct het einde van de discussie te betekenen. In dat geval kan een verzoek om ambtshalve vermindering nog uitkomst bieden.
Die route biedt wel een vangnet, maar minder rechtsbescherming dan bezwaar. Bij bezwaar kan de belastingplichtige na de uitspraak op bezwaar naar de belastingrechter. Bij ambtshalve vermindering is die route beperkter.
Praktisch advies
Ontvang je een definitieve aanslag terwijl een eerder ingediend OWR-formulier daarin niet zichtbaar is verwerkt? Maak dan binnen de bezwaartermijn bezwaar tegen de aanslag. Verwijs in het bezwaar naar het ingediende OWR-formulier, voeg zo mogelijk de ontvangstbevestiging toe en vraag direct om een vergoeding van de bezwaarkosten.
Zo blijft de weg naar de belastingrechter open en blijft ook ruimte bestaan voor een kostenvergoeding en – als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan – een vergoeding of vermindering van belastingrente. Is de bezwaartermijn verstreken, dan kan een verzoek om ambtshalve vermindering nog uitkomst bieden, maar die route biedt minder zekerheid.
