Dit artikel bespreekt de voorgestelde pseudo-eindheffing en de toelichting daarop van 16 oktober 2026. De parlementaire behandeling is nog niet afgerond. De uiteindelijke regeling kan daarom nog wijzigen.
Vraag
Een IB-ondernemer gebruikt binnen zijn onderneming een fossiele personenauto ook voor privédoeleinden. Hij overweegt zijn onderneming in 2027 in te brengen in een bv. Vanaf dat moment wordt hij dga en werknemer van de bv.
Vanaf 1 januari 2027 geldt voor werkgevers een pseudo-eindheffing als zij een fossiele personenauto ook voor privédoeleinden ter beschikking stellen aan een werknemer. Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht tot 1 januari 2031.
Moet de ondernemer zijn onderneming daarom nog vóór 1 januari 2027 inbrengen in een bv om gebruik te kunnen maken van het overgangsrecht?
Antwoord
Nee. Alleen vanwege de pseudo-eindheffing hoeft de ondernemer niet nog in 2026 de bv in.
Uit de Kamerbrief van 16 oktober 2026 blijkt dat het overgangsrecht ook van toepassing blijft als een IB-onderneming na 1 januari 2027 in een bv wordt ingebracht. Voorwaarde is wel dat de fossiele personenauto al vóór 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden aan de IB-ondernemer ter beschikking stond.
Ook auto’s die vóór die datum mede voor privédoeleinden aan werknemers van de IB-onderneming ter beschikking stonden, behouden bij de inbreng hun overgangsrecht. De bv wordt in deze situaties als voortzetter behandeld, ook al ontstaat formeel een nieuwe werkgever met een ander loonheffingennummer.
Wat houdt de pseudo-eindheffing in?
Vanaf 1 januari 2027 betaalt een werkgever in beginsel een pseudo-eindheffing als hij een personenauto met een CO₂-uitstoot van meer dan nul mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan een werknemer. Woon-werkverkeer wordt voor deze regeling eveneens als privégebruik aangemerkt.
De heffing bedraagt op jaarbasis 12% van de cataloguswaarde van de auto en komt volledig voor rekening van de werkgever. De pseudo-eindheffing geldt naast de reguliere bijtelling bij de werknemer en mag niet als zodanig op hem worden verhaald. Volledig emissievrije auto’s en bestelauto’s vallen niet onder deze heffing.
Een dga is werknemer van zijn BV. Stelt de bv een fossiele personenauto mede voor privédoeleinden aan hem ter beschikking, dan kan de bv daarom met de pseudo-eindheffing worden geconfronteerd.
Een IB-ondernemer is daarentegen geen werknemer van zijn eigen onderneming. Zolang de onderneming voor rekening van de ondernemer in de inkomstenbelasting wordt gedreven, is voor de auto van de ondernemer zelf geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Heeft de IB-ondernemer werknemers aan wie hij fossiele personenauto’s mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt, dan kan de regeling voor die auto’s wel van toepassing zijn.
Overgangsrecht tot 1 januari 2031
Voor fossiele personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze auto’s is tot en met 31 december 2030 geen pseudo-eindheffing verschuldigd.
Daarbij is de feitelijke terbeschikkingstelling beslissend. Het is niet voldoende dat de auto vóór 1 januari 2027:
- is besteld
- is aangeschaft maar nog niet wordt gebruikt
- in een leasecontract is opgenomen
- of uitsluitend zakelijk wordt gebruikt
De auto moet vóór 1 januari 2027 daadwerkelijk ter beschikking staan en mede voor privédoeleinden kunnen worden gebruikt. Een bestelling of leasecontract is op zichzelf dus onvoldoende. Het is daarom belangrijk om de datum en de omstandigheden van de eerste terbeschikkingstelling goed vast te leggen.
Inbreng van een IB-onderneming in een bv
Tot de Kamerbrief van 16 oktober 2026 gingen we ervan uit dat de nieuwe dga bij inbreng van zijn IB-onderneming in een bv na 1 januari 2027 het overgangsrecht niet kon toepassen. De IB-ondernemer was vóór de inbreng immers geen werknemer. Na de inbreng is hij als dga wel werknemer en stelt de BV de auto vanuit een werkgever-werknemerverhouding aan hem ter beschikking.
Uit dezelfde Kamerbrief van 16 oktober 2026 blijkt inmiddels dat het overgangsrecht in deze situatie wel behouden blijft. Voorwaarde is dat de fossiele personenauto vóór 1 januari 2027 al mede voor privédoeleinden aan de IB-ondernemer ter beschikking stond.
Daaruit volgt dat:
- een fossiele personenauto die vóór 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden aan een IB-ondernemer ter beschikking stond, bij een latere inbreng in een bv onder het overgangsrecht kan blijven vallen
- de inbreng van de IB-onderneming daarom niet vóór 1 januari 2027 hoeft plaats te vinden
- hetzelfde geldt voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden aan werknemers van de IB-onderneming ter beschikking zijn gesteld
- een ander loonheffingennummer bij een dergelijke voortzetting niet zonder meer betekent dat het overgangsrecht vervalt
Doorslaggevend is dus dat de auto vóór 1 januari 2027 feitelijk mede voor privédoeleinden ter beschikking stond en dat de terbeschikkingstelling na de inbreng door de bv wordt voortgezet.
Voorbeeld
Een ondernemer drijft in 2026 een eenmanszaak. In november 2026 schaft hij voor de onderneming een benzineauto aan. Vanaf 1 december 2026 gebruikt hij de auto zowel zakelijk als privé.
Op 1 juli 2027 brengt hij zijn onderneming in een bv in. De auto gaat mee naar de bv en wordt daarna mede voor privédoeleinden aan hem als dga ter beschikking gesteld.
Omdat de auto al vóór 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden aan de IB-ondernemer ter beschikking stond, blijft het overgangsrecht na de inbreng in de bv van toepassing. De bv is voor deze auto tot 1 januari 2031 geen pseudo-eindheffing verschuldigd.
Wordt de auto daarentegen in december 2026 alleen besteld en pas in januari 2027 geleverd en gebruikt, dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de auto al vóór 1 januari 2027 ter beschikking stond. Alleen de aanschaf- of besteldatum is dus niet beslissend. Hetzelfde geldt voor een leaseovereenkomst die in 2026 is gesloten, terwijl de auto pas in 2027 feitelijk ter beschikking komt.
Hoe zit het bij andere herstructureringen?
Het vraagstuk is breder dan alleen de inbreng van een IB-onderneming. Ook bij een fusie, overname of andere werkgeverswisseling moet worden beoordeeld of het overgangsrecht behouden blijft.
Bij een fusie of overname die kwalificeert als overgang van onderneming kan het overgangsrecht bij de verkrijgende werkgever worden voortgezet. Gaat een auto daarentegen zonder een dergelijke overgang naar een andere werkgever of een ander loonheffingennummer, dan kan sprake zijn van een nieuwe terbeschikkingstelling en kan het overgangsrecht verloren gaan.
Het overgangsrecht kan daarmee onder meer behouden blijven bij:
- de inbreng van een IB-onderneming in een bv
- een fusie
- een overname waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever
- een overgang van onderneming waarbij de dienstbetrekkingen van rechtswege overgaan op de verkrijger
Bij een interne verschuiving van een auto of werknemer binnen het concern moet worden beoordeeld of de nieuwe werkgever de bestaande terbeschikkingstelling voortzet. Is dat niet het geval, dan kan sprake zijn van een nieuwe terbeschikkingstelling en vervalt mogelijk het overgangsrecht.
Controleer daarom steeds afzonderlijk bij een juridische fusie, bedrijfsfusie, splitsing, activa-passivatransactie of interne verhanging:
- welke werkgever de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking stelde
- om welke auto het precies gaat
- of die auto toen mede voor privédoeleinden ter beschikking stond
- hoe de onderneming, de dienstbetrekking en de auto overgaan
- en of de nieuwe werkgever daadwerkelijk in de plaats treedt van de oude werkgever
De enkele aanduiding ‘fusie’, ‘overname’ of ‘herstructurering’ is dus niet voldoende. De juridische vormgeving en de feitelijke voortzetting blijven bepalend.
Praktijktip: leg de situatie vóór 2027 vast
De Kamerbrief van 16 oktober 2026 voorkomt dat een ondernemer uitsluitend vanwege de pseudo-eindheffing nog vóór 1 januari 2027 zijn onderneming in een bv moet inbrengen. De datum van 1 januari 2027 blijft echter wel belangrijk voor de auto zelf.
Bewaar per auto de aankoop- of leaseovereenkomst, afleveringsgegevens, verzekeringsgegevens, kilometeradministratie, autoregeling en boekhoudkundige verwerking. Leg daarbij het kenteken, de cataloguswaarde, de gebruiker en de onderneming of werkgever vast. Zorg dat uit het dossier blijkt vanaf welke datum de auto feitelijk ter beschikking stond en dat privégebruik, waaronder woon-werkverkeer, mogelijk was.
Neem het wagenpark daarnaast standaard mee in de fiscale beoordeling van een voorgenomen herstructurering. Leg vóór de herstructurering vast welke werkgever de auto ter beschikking stelt en beschrijf in de transactiedocumentatie hoe de onderneming, de dienstbetrekkingen en de auto overgaan. Zo is achteraf beter onderbouwd dat de terbeschikkingstelling door de nieuwe werkgever wordt voortgezet.
Conclusie
Een IB-ondernemer hoeft zijn onderneming niet nog in 2026 in een bv in te brengen om het overgangsrecht voor de voorgestelde pseudo-eindheffing te behouden. Als een fossiele personenauto vóór 1 januari 2027 ook voor privédoeleinden aan hem ter beschikking staat, blijft het overgangsrecht volgens de Kamerbrief van 16 oktober 2026 na de inbreng in een bv van toepassing.
Hetzelfde uitgangspunt geldt voor auto’s die vóór die datum aan werknemers van de IB-onderneming ter beschikking zijn gesteld. Ook bij een fusie of overname kan het overgangsrecht meegaan als de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever.
Niet de datum van aanschaf van de auto of de datum van oprichting van de bv is daarom doorslaggevend, maar de feitelijke terbeschikkingstelling vóór 1 januari 2027 en de wijze waarop de onderneming en de auto daarna worden voortgezet.
Meer weten?
Tijdens het webinar Kwartaalupdate fiscaal algemeen van 17 december 2026 bespreken we de belangrijkste fiscale ontwikkelingen uit het vierde kwartaal van 2026. Daarbij behandelen we ook op hoofdlijnen de belangrijkste wijzigingen in het Belastingplan sinds Prinsjesdag.
Heb je vragen over dit onderwerp, dan kun je contact opnemen met de fiscale afdeling. Bij voorkeur doe je dit via fiscaal@auxiliumadviesgroep.nl
