Als er een top 10 zou zijn van veelgestelde vragen die binnenkomen bij onze helpdesk accountancy, dan staat de verwerking van de wettelijke reserve deelneming zeker in de top 3. Het is blijkbaar een lastig onderwerp ook omdat accountants en assistenten het principe niet helemaal goed lijken te begrijpen. Hoe zit het?
De vuistregel lijkt te zijn: je moet een wettelijke reserve vormen voor de winsten die de deelneming niet kan uitkeren. Maar die vuistregel gaat niet op in de gevallen dat een deelneming wordt gekocht terwijl er al reserves in aanwezig zijn.
De wettelijke reserve dien je te vormen voor vermogensvermeerderingen van je deelneming die jouw (de moedervennootschap) eigen vermogen (via bijvoorbeeld resultaat deelneming) hebben vergroot. De moedermaatschappij heeft daardoor een groter eigen vermogen dat echter niet uitgekeerd kan worden aan de aandeelhouders, omdat het niet opgehaald kan worden bij de deelneming.
Bij aankoop van een deelneming is de wettelijke reserve deelneming dus altijd nihil. (BW 2: 389 lid 6) Ook als je een deelneming koopt met overige reserves die je niet kan uitkeren omdat je maar een minderheidsbelang hebt.
Conclusie
De wettelijke reserve deelneming is geen ‘correctie’ op de waardering van je deelneming, maar een afgescheiden deel van je eigen reserves om te voorkomen dat je die uitkeert zonder dat je de kans hebt die resultaten bij je deelneming op te halen.