Elke werkdag bereikbaar op 033 433 7217
22 april 2026 Fiscaal

Hoge Raad: belastingrente van 4% voor IB en andere belastingen toegestaan

Geen ruimte voor vooruitlopen

In januari 2026 zette de Hoge Raad een duidelijke stap in het dossier belastingrente. Het verhoogde rentepercentage voor de vennootschapsbelasting (Vpb) bleek in strijd met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad verklaarde het hogere percentage onverbindend, waardoor de Vpb‑rente moest worden verlaagd tot het niveau dat geldt voor andere belastingen.

In ons eerdere artikel Hoge Raad: belastingrente Vpb van 8% onverbindend — wat betekent dit voor jouw klanten? gingen wij hier uitgebreid op in.

Op 10 april 2026 volgde een tweede arrest. Dit keer stond niet de Vpb, maar juist de belastingrente bij andere belastingen centraal.

De zaak

De procedure betrof een navorderingsaanslag premies Zorgverzekeringswet. De Belastingdienst had daarbij belastingrente berekend tegen het minimumpercentage van 4%. De belastingplichtige stelde dat dit percentage een ongerechtvaardigde inbreuk vormt op het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM) en in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Daarnaast voerde hij aan dat de inspecteur belastingrente had berekend tegen 4% over een periode waarin dat percentage nog niet gold.

Oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad sluit in dit arrest aan bij zijn eerdere oordeel over de Vpb, maar trekt hier een andere conclusie. Voor andere belastingen dan de vennootschapsbelasting is volgens de Hoge Raad geen sprake van een ongerechtvaardigde of onevenredige behandeling.

Het minimumpercentage van 4% valt binnen de ruimte die de wetgever heeft bij het vaststellen van belastingrente. Dat percentage is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en vormt ook geen schending van het eigendomsrecht.

Daarmee maakt de Hoge Raad duidelijk dat het Vpb‑arrest geen algemene afkeuring inhoudt van de belastingrenteregeling, maar ziet op de ongerechtvaardigde afwijking die alleen voor de Vpb gold.

Geen vooruitlopen op renteverhogingen

Op één punt grijpt de Hoge Raad wel in. De Belastingdienst paste bij de renteberekening een hoger percentage toe over een periode waarin dat percentage nog niet was ingegaan.

Dat is volgens de Hoge Raad niet toegestaan. Vooruitlopen op een toekomstige renteverhoging mist een wettelijke grondslag en is in strijd met het legaliteitsbeginsel (artikel 104 Grondwet en artikel 1 EP EVRM). Voor dat deel van het tijdvak mag alleen het op dat moment geldende rentepercentage worden toegepast.

Afbakening in de tijd

Het arrest ziet uitsluitend op de belastingrenteregeling zoals die toen gold. De Hoge Raad doet geen uitspraak over latere wijzigingen, waaronder de vanaf 1 januari 2024 ingevoerde koppeling aan de ECB‑rente.

Of en hoe deze nieuwe systematiek standhoudt, zal in toekomstige procedures moeten blijken. Dit arrest geeft daarvoor nog geen uitsluitsel.

Gevolgen voor je klant

Bezwaren tegen de hoogte van het belastingrentepercentage zijn door de staatssecretaris aangemerkt als massaal bezwaar. De Belastingdienst heeft hierover inmiddels twee collectieve uitspraken gedaan. Tegen deze uitspraken is geen beroep mogelijk.

  • Voor de vennootschapsbelasting (en enkele andere specifieke belastingen) zijn de bezwaren toegewezen. De Belastingdienst past de verlaging van de belastingrente automatisch toe.
  • Voor andere belastingen, zoals inkomstenbelasting, btw en loonheffingen, zijn de bezwaren afgewezen. Het algemene rentepercentage van 4% blijft gelden.

Meer informatie over de collectieve afhandeling is te vinden op de website van de Belastingdienst.

Nieuwe bezwaren tegen de hoogte van het belastingrentepercentage bij deze andere belastingen zullen worden afgewezen. Hoewel bezwaar formeel mogelijk blijft, ligt het niet voor de hand dat verdere procedures tot een andere uitkomst leiden. Wie alsnog bezwaar wil maken tegen de belastingrente, zal dit via een individuele bezwaar‑ en zo nodig beroepsprocedure moeten doen, omdat de massaal‑bezwaarprocedure is afgerond en de Belastingdienst het bezwaar zal afwijzen.

Wat betekent dit nu concreet?

Voor klanten met vennootschapsbelasting is de uitkomst duidelijk. De verhoogde belastingrente is gecorrigeerd en de Belastingdienst past dit collectief toe. Een afzonderlijke actie van de klant is niet nodig en ook niet mogelijk.

Voor alle andere belastingen staat vast dat het belastingrentepercentage van 4% mag worden toegepast. Bezwaren die daartegen zijn ingediend, zijn collectief afgewezen en nieuwe bezwaren leiden tot een afwijzing. De Belastingdienst beschouwt deze discussie als afgerond.

Voor de adviespraktijk blijft met name de vraag of de Belastingdienst bij de vennootschapsbelasting de correctie juist heeft doorgevoerd. Daarbuiten zijn de mogelijkheden beperkt.

Heb je vragen over dit artikel?

Het team Fiscaal helpt je graag!

Stuur een mail aan fiscaal@auxiliumadviesgroep.nl.