Prinsjesdag 2026
Status: wetsvoorstel. De parlementaire behandeling kan nog tot wijzigingen leiden.
De maatregel is van belang als een erfgenaam aandelen én schulden aan de bv erft. Zijn de schulden aan het einde van het kalenderjaar hoger dan het maximumbedrag, dan ontstaat een fictief voordeel wegens excessief lenen. Vanaf 1 januari 2027 kan de erfgenaam de overlijdensdividendfaciliteit niet meer op dit fictieve voordeel toepassen. Dit werkt door in zijn aangifte inkomstenbelasting.
Excessief lenen in het kort
Sinds 1 januari 2023 betaalt een aanmerkelijkbelanghouder box 2-heffing over het deel van de schulden aan de eigen bv dat boven het maximumbedrag uitkomt. Het maximumbedrag is €500.000; in 2023 was dit nog €700.000. De toets vindt in beginsel plaats aan het einde van het kalenderjaar. Het bedrag boven de grens is een fictief voordeel wegens excessief lenen. Na de heffing stijgt het maximumbedrag, zodat over hetzelfde bedrag niet ieder jaar opnieuw wordt geheven.
De schuld blijft na de box 2-heffing gewoon bestaan. De schuldenaar moet het volledige bedrag nog steeds aan de bv terugbetalen. Houd daarom drie bedragen uit elkaar: de werkelijke schuld, het maximumbedrag en eventuele eerdere fictieve voordelen wegens excessief lenen.
De overlijdensdividendfaciliteit
Artikel 4.12a Wet IB 2001 bevat de overlijdensdividendfaciliteit. Een erfgenaam kan onder voorwaarden verzoeken om een regulier voordeel dat hij binnen 24 maanden na het overlijden ontvangt, niet direct in box 2 te belasten. De faciliteit geldt maximaal voor het bedrag van de inkomstenbelasting die bij het overlijden is geheven en aan de geërfde aandelen kan worden toegerekend. Zo kan de erfgenaam die belasting betalen met een dividend uit de bv, zonder dat daarover direct opnieuw box 2-heffing ontstaat. De verkrijgingsprijs van de geërfde aandelen daalt met het bedrag dat buiten de heffing blijft. De box 2-claim verdwijnt dus niet, maar wordt uitgesteld.
Waar ontstaat het probleem?
Tot en met 2026 sluit artikel 4.12a Wet IB 2001 het fictieve voordeel wegens excessief lenen niet uit. De erfgenaam kan daarom in de aangifte verzoeken om de overlijdensdividendfaciliteit op dit fictieve voordeel toe te passen. Voldoet hij aan de voorwaarden, dan blijft het voordeel tot de wettelijke grens buiten de box 2-heffing. De verkrijgingsprijs van de geërfde aandelen daalt met hetzelfde bedrag.
Volgens het kabinet past dit niet bij het doel van de faciliteit. Die is bedoeld voor een werkelijk dividend waarmee de erfgenaam de inkomstenbelasting over de geërfde aandelen kan betalen. Bij een fictief voordeel ontvangt de erfgenaam geen geld. Bovendien stijgt door de heffing wegens excessief lenen het maximumbedrag, terwijl door de faciliteit de verkrijgingsprijs daalt. Deze combinatie kan bij een latere verkoop van de aandelen tot extra box 2-heffing leiden.
De voorgestelde wijziging
Het kabinet voegt een tweede lid toe aan artikel 4.12a Wet IB 2001. Daarin staat dat de overlijdensdividendfaciliteit niet geldt voor het fictieve voordeel wegens excessief lenen van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 2001. Vanaf 2027 kan de erfgenaam de faciliteit dus niet meer gebruiken voor deze heffing.
Casus
Uitgangssituatie. Een DGA overlijdt. Zijn dochter erft alle aandelen in de holding en een schuld aan die holding. Na het overlijden is haar schuld aan de bv €1.400.000. We gaan ervan uit dat deze schuld volledig meetelt voor de regeling excessief lenen, dat haar maximumbedrag €500.000 is en dat eerdere fictieve voordelen buiten beschouwing blijven. Is de schuld aan het einde van het kalenderjaar nog steeds €1.400.000, dan is €900.000 bovenmatig. Over dit bedrag ontstaat een fictief voordeel wegens excessief lenen. De dochter ontvangt geen geld, maar is hierover in beginsel wel box 2-heffing verschuldigd.
Tot en met 2026. De dochter kan in haar aangifte verzoeken om de overlijdensdividendfaciliteit toe te passen op het fictieve voordeel van €900.000. Een dividendbesluit van de bv is daarvoor niet nodig. Voldoet zij aan de voorwaarden, dan blijft het voordeel tot de wettelijke grens buiten de box 2-heffing. De verkrijgingsprijs van de geërfde aandelen daalt met hetzelfde bedrag. Tegelijk stijgt haar maximumbedrag door de heffing wegens excessief lenen. Het kabinet wil deze combinatie beëindigen.
Vanaf 1 januari 2027. Het nieuwe tweede lid van artikel 4.12a sluit het fictieve voordeel wegens excessief lenen uit. De dochter kan de overlijdensdividendfaciliteit daarom niet meer toepassen op de €900.000. Ook een verzoek in de aangifte helpt dan niet. Over het bedrag ontstaat in beginsel direct box 2-heffing. Voor een werkelijk dividend binnen 24 maanden na het overlijden kan de faciliteit onder voorwaarden nog wel gelden.
Kort gezegd: tot en met 2026 kan de overlijdensdividendfaciliteit ook gelden voor het fictieve voordeel wegens excessief lenen. Vanaf 2027 niet meer. De faciliteit blijft dan alleen gelden voor een werkelijk dividend dat aan de voorwaarden voldoet.
Wat betekent dit voor de aangifte?
Bij een overlijden vanaf 2027 moet de adviseur twee situaties uit elkaar houden. Ontstaat bij de erfgenaam een fictief voordeel wegens excessief lenen, dan geldt de overlijdensdividendfaciliteit niet. Keert de bv binnen 24 maanden na het overlijden werkelijk dividend uit, dan kan de faciliteit onder voorwaarden wel gelden. Vermeld daarom in de aangifte duidelijk of het box 2-voordeel ontstaat door een werkelijk dividend of door excessief lenen.
Conclusie
Tot en met 2026 kan de erfgenaam verzoeken om de overlijdensdividendfaciliteit toe te passen op een fictief voordeel wegens excessief lenen. Vanaf 2027 kan dat niet meer. De faciliteit blijft dan alleen gelden voor een werkelijk dividend dat aan de voorwaarden voldoet. Maak in de aangifte daarom duidelijk of het box 2-voordeel ontstaat door een dividenduitkering of door excessief lenen.
Bronnen en verwijzingen
- Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027, artikel I, onderdeel A: voorgesteld artikel 4.12a, tweede lid, Wet IB 2001.
- Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027, paragraaf over het uitsluiten van de 24-maandsfaciliteit voor fictieve reguliere voordelen wegens excessief lenen.
- Artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f, en artikel 4.14a Wet IB 2001; Belastingdienst, ‘Excessief lenen van bv beperkt vanaf 2023’.
- Kennisgroep Belastingdienst, KG:003:2023:4, Maximumbedrag excessief lenen en verkrijging krachtens erfrecht.