Kan een dga het sportschoolabonnement en de personal trainer onbelast door de bv laten vergoeden? Een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien dat dit onder omstandigheden mogelijk is. De rechtbank oordeelde dat de kosten van een sportschoolabonnement en personal trainer in deze zaak onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vielen. Ook het standpunt van de Belastingdienst dat sprake was van een ongebruikelijke vergoeding hield geen stand.
Het betekent niet dat sportkosten voortaan zonder meer via de bv kunnen lopen. De uitspraak gaat over oudere jaren en juist de regels voor arbovoorzieningen zijn sinds 2022 aangescherpt. In dit artikel bespreken we de uitspraak en de betekenis daarvan voor de adviespraktijk.
Wat speelde er?
In deze zaak vergoedde de bv de kosten van een sportschoolabonnement en personal training van de dga. Ook werden de kosten van een familieabonnement vergoed. De Belastingdienst stelde dat sprake was van belast loon en legde een naheffingsaanslag loonheffingen op.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van de sportschool en personal training van de dga konden vallen onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen. Voor het familieabonnement gold dat niet, omdat de partner geen werknemer was van de betreffende bv.
Daarnaast stelde de Belastingdienst dat een sportschoolabonnement en personal training ongebruikelijk zouden zijn. Ook daarin volgde de rechtbank de inspecteur niet. Volgens de rechtbank had de Belastingdienst onvoldoende onderbouwd waarom daarvan sprake zou zijn.
Waarom is deze uitspraak interessant?
Veel dga’s investeren in gezondheid, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. In de praktijk komt daarom regelmatig de vraag op of een bv de kosten van sport, begeleiding of training onbelast kan vergoeden. De uitspraak is vooral interessant omdat de rechtbank ruimte ziet voor toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen, ook bij een dga die de enige werknemer van de bv is.
Waarom deze uitspraak waarschijnlijk minder ver gaat dan gedacht
De uitspraak is interessant, maar moet niet te ruim worden gelezen. De procedure had betrekking op jaren voor 2022. Dat is relevant omdat de wetgever de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen per 1 januari 2022 heeft aangescherpt.
Tot 2022 gold de vrijstelling voor voorzieningen die rechtstreeks voortvloeiden uit het arbobeleid van de werkgever. Sinds 2022 geldt een beperktere regeling. De voorziening moet direct samenhangen met verplichtingen die voor de werkgever voortvloeien uit de Arbeidsomstandighedenwet. Een algemeen vitaliteitsbeleid of de wens om gezond te blijven is daardoor niet genoeg. Er moet een voldoende concreet verband zijn met de arbeidsomstandighedenverplichtingen van de werkgever.
Juist daarom is het onzeker of dezelfde zaak onder de huidige regels dezelfde uitkomst zou hebben. Daarbij speelt ook mee of de voorziening voldoende is onderbouwd in het arbobeleid of in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Ook is op dit moment nog niet duidelijk of hoger beroep wordt ingesteld.
Wat betekent dit voor de adviespraktijk?
Kan de dga op basis van deze uitspraak alle sportkosten onbelast laten vergoeden? Nee, daarvoor biedt deze uitspraak onvoldoende basis. Zeker voor situaties vanaf 2022 moet afzonderlijk worden beoordeeld of de kosten kwalificeren als verplichte arbovoorziening.
In de praktijk helpt het om de beoordeling langs een paar vaste aandachtspunten te leggen:
| Aandachtspunt | Waarom dit van belang is. |
|
Jaar waarop de kosten zien |
Voor jaren vanaf 2022 geldt de aangescherpte regeling voor arbovoorzieningen. |
|
Voor wie worden de kosten vergoed? |
De vrijstelling kan alleen spelen voor werknemers van de bv. Kosten voor partner of gezinsleden vallen daarbuiten als zij geen werknemer zijn. |
|
Directe koppeling met de Arbowet |
De voorziening moet voortvloeien uit concrete verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. |
|
Dossieronderbouwing |
Leg vast waarom deze voorziening nodig is en hoe zij aansluit op het arbobeleid of de RI&E. Een algemene vitaliteitswens is onvoldoende. |
Bovenstaand overzicht laat zien dat vooral de onderbouwing bepalend is: zonder concrete koppeling met het arbobeleid, de RI&E of de verplichtingen uit de Arbowet blijft toepassing van de vrijstelling kwetsbaar.
Conclusie
De uitspraak biedt dus geen vrijbrief om sportkosten van de dga onbelast via de bv te laten lopen. Daarvoor is de huidige regeling te strikt. Alleen bij een goed onderbouwde arbovoorziening kan nog ruimte bestaan voor de gerichte vrijstelling. In andere gevallen ligt belaste loonheffing of aanwijzing als eindheffingsloon binnen de vrije ruimte meer voor de hand.
Meer weten?
Tijdens onze cursus Werken met de Werkkostenregeling op 29 oktober 2026 behandelen wij de belangrijkste aandachtspunten van de wkr aan de hand van actuele wetgeving, praktijkvoorbeelden en recente jurisprudentie. Daarbij bespreken we ook hoe ver de gerichte vrijstellingen reiken en waar de grenzen van de werkkostenregeling liggen.
Hulp nodig? Neem contact op met onze fiscalisten!
