‘Moeten ODV-overeenkomsten waarin alleen wordt verwezen naar erfgenamen en niet naar legatarissen, worden aangepast om te voorkomen dat de ODV onzuiver wordt door een van het erfrecht afwijkende overeenkomst?’ Deze vraag hebben wij aan het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst gesteld. We nemen je mee in de uitleg.
Telefonisch werd ons het volgende verteld door het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst. “Fiscaal gezien is er geen noodzaak de ODV-overeenkomst aan te passen. De Belastingdienst beoordeelt of het erfrecht is gevolgd en als dat het geval is, dan gaat het fiscaal goed. Indien echter de ODV-uitkeringen worden verricht aan een persoon die niet volgt uit het van toepassing zijnde erfrecht, dan wordt de ODV onzuiver”.
Met andere woorden: een afwijking tussen erfrecht en overeenkomst leidt niet tot fiscale sancties, zolang het erfrecht maar wordt gevolgd. Geen noodzaak dus de overeenkomst aan te passen.
Juridisch ligt dit anders. Een niet eenduidig uitlegbare overeenkomst kan leiden tot discussie (of erger) na het overlijden van de ODV-rechthebbende. Dit is op zich al ongewenst. En als de ODV-uitkeringen vervolgens niet volgens het van toepassing zijnde erfrecht worden uitgekeerd omdat de (uitleg van de) ODV-overeenkomst moet worden gevolgd, leidt dit ook nog tot een onzuivere ODV.
Met andere woorden: juridische onduidelijkheid kan leiden tot vervelende conflicten en uiteindelijk ook tot fiscale sancties. Vanuit dit gezichtspunt is er – afhankelijk van de situatie dus wel een belang de ODV-overeenkomst aan te passen.
Het onzuiver worden van de ODV heeft tot gevolg dat ineens loonbelasting (inkomstenbelasting) plus 20% revisierente verschuldigd is over het gehele ODV-saldo en dat de ODV niet is vrijgesteld voor de erfbelasting.
Achtergrond algemeen
Sinds 2025 is de wet aangepast, zodat naast erfgenamen ook legatarissen begunstigde kunnen zijn voor ODV-uitkeringen. Dit was een welkome uitbreiding, omdat in veel testamenten een legaat voor de ODV-uitkeringen is opgenomen, zonder dat de legataris ook erfgenaam is.
In heel veel ODV-overeenkomsten staat voor de begunstiging na overlijden niet veel meer dan een (soms letterlijke) kopie van enkele stukken uit de wet (artikel 38p in de Wet op de loonbelasting 1964).
Bijvoorbeeld voor een nog niet uitkerende ODV: Indien de werknemer overlijdt voordat enige hem/haar toekomende uitkering is ingegaan, zullen de uitkeringstermijnen overeenkomstig de in artikel 38p tweede lid onder b van de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen voorwaarden binnen twaalf maanden na het overlijden ingaan en door de werkgever worden uitgekeerd aan de erfgenamen, voor zover dit natuurlijke personen zijn.
Of bij een uitkerende ODV: Bij overlijden van de werknemer worden de resterende termijnen uitgekeerd aan de erfgenamen van de werknemer, voor zover dit natuurlijke personen zijn.
Achtergrond fiscaal
Zoals hiervoor aangegeven moet het van toepassing zijnde erfrecht worden gevolgd. Hierbij mogen de ODV-uitkeringen na het overlijden aan één of meer specifieke in het testament opgenomen erfgenamen of legatarissen worden toebedeeld, ongeacht of hierover iets is vastgelegd in een testament. Dat volgt uit de Memorie van Toelichting bij de Fiscale Verzamelwet 2026.
Ook al is de legataris niet specifiek benoemd in de ODV-overeenkomst, aanpassing is vanuit fiscaal oogpunt niet noodzakelijk. Het gaat fiscaal goed zolang de uiteindelijke toedeling maar niet in strijd is met het van toepassing zijnde erfrecht. Het CAP heeft hiervoor inmiddels de ‘let op-tekst’ onderin een aantal publicaties uitgebreid: Handreiking ODV-aanspraken en overlijden, het Vraag & Antwoord 20-008 (ODV-uitkeringsrecht door erfgenaam aanwenden voor lijfrente) en het Vraag & Antwoord 18-006 (ODV bij echtscheiding).
Achtergrond juridisch
Kijken we met een juridische bril naar deze kwestie, dan kan de aanpassing van de ODV-overeenkomst zeker zinvol zijn. Na een overlijden is niemand gebaat bij onduidelijkheid over wie waarop recht heeft. Staat in de ODV-overeenkomst dat de erfgenamen de uitkeringen ontvangen, wat wordt daar dan precies mee bedoeld? Kunnen dan alle erfgenamen hier aanspraak op maken? Of alleen de langstlevende partner bij wettelijk erfrecht? Of alleen diegene(n) die in het testament is benoemd? Het belang van een erfgenaam kan tegenovergesteld zijn aan het belang van een legataris.
Los van het niet wenselijk zijn van een juridische strijd, kan deze tot gevolg hebben dat de overeenkomst anders dan gedacht moet worden uitgelegd en/of dat het erfrecht niet wordt gevolgd. Deze situatie leidt tot een ODV die fiscaal onzuiver is en tot de eerder genoemde sancties (heffing ineens, 20% revisierente en geen vrijstelling erfbelasting).
Aanpassing van de ODV-overeenkomst of een testament is in dat geval zeker aan te bevelen, als de in de ODV-overeenkomst vermelde begunstiging na overlijden niet in lijn ligt met het betreffende erfrecht. Maar ook in het geval van bijvoorbeeld een samengesteld gezin lijkt het raadzaam de ODV-overeenkomst zo duidelijk mogelijk te laten aansluiten op het erfrecht.
De praktijk
Om juridische discussie en mogelijk daaruit volgende fiscale sancties te voorkomen, adviseren wij je het klantenbestand na te lopen op ODV’s. De vragen die daarbij moeten worden beantwoord zijn: is de ODV-overeenkomst in de betreffende situatie duidelijk genoeg en sluit de overeenkomst aan op het van toepassing zijnde erfrecht?
Of vervolgens de ODV-overeenkomst en/of het erfrecht het best kan worden aangepast en hoe dan, is sterk afhankelijk van de specifieke situatie. Wij kijken graag met je mee!
Heb je vragen? Neem dan contact op met Mariëtte Elling.