“Kunt u deze zzp’ers even indelen in groen, oranje en rood?” Het is een vraag die tijdens een bedrijfsbezoek van de Belastingdienst zomaar op tafel kan komen. Geen boekenonderzoek, geen formele aanslag, maar een gesprek over de inhuur van zelfstandigen. Voor veel ondernemers voelt dat als een praktische meedenkoefening. In werkelijkheid raakt de vraag direct aan de kern van de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Sinds de herstart van de handhaving vormt het bedrijfsbezoek het belangrijkste instrument waarmee de Belastingdienst zicht krijgt op de praktijk. Ook in 2026 is dat het vertrekpunt. Niet om direct te corrigeren, maar om te beoordelen hoe een opdrachtgever omgaat met de kwalificatie van arbeidsrelaties.
Juist doordat het gesprek verkennend begint, zit het risico vaak niet in de vraag zelf, maar in het antwoord.
Een praktijkervaring uit de bouw
Een middelgroot bouwbedrijf, klant van een lid van Auxilium, kreeg in 2025 een bedrijfsbezoek van de Belastingdienst. Tijdens het gesprek werd gesproken over de inzet van zzp’ers, de gebruikte overeenkomsten en de dagelijkse gang van zaken.
Op enig moment vroeg de inspecteur om een overzicht van alle zelfstandigen, ingedeeld in groen, oranje en rood. Groen zou betekenen dat geen sprake is van schijnzelfstandigheid, oranje dat de kwalificatie onzeker is en rood dat feitelijk sprake is van werknemerschap. Daarbij werd gewezen op het belang van medewerking en werd gesuggereerd dat dit van invloed kon zijn op het vervolg.
De accountant heeft hierover contact gezocht met Auxilium. Ons advies was om zo’n indeling niet te maken, maar feitelijke informatie te geven over de inrichting van het samenwerkingsproces, de contracten en de feitelijke aansturing. Daarmee voorkom je dat de opdrachtgever zelf een kwalificatie vastlegt die juist vraagt om een juridische weging van alle feiten en omstandigheden.
Wat de Belastingdienst met een bedrijfsbezoek beoogt
Tijdens een bedrijfsbezoek wil de Belastingdienst begrijpen hoe een organisatie de beoordeling van arbeidsrelaties heeft ingericht en hoe die beoordeling in de praktijk wordt toegepast. Daarbij wordt gekeken naar de manier van werken, de contractuele afspraken en de feitelijke uitvoering.
Ook komt aan de orde welke overeenkomsten worden gebruikt, hoe wordt omgegaan met situaties zonder voorafgaande beoordeling en welke controles binnen de organisatie bestaan. De vragenlijst beoordeling arbeidsrelaties kan daarbij als hulpmiddel dienen, gebaseerd op de gezichtspunten uit het Deliveroo‑arrest. Deze lijst wordt niet systematisch doorlopen. Alle omstandigheden worden in samenhang beoordeeld.
Bij grotere organisaties ligt de nadruk op proces en beheersing. Bij kleinere organisaties wordt vaker ingezoomd op individuele gevallen.
Waar het in de praktijk wringt
De spanning ontstaat zodra het gesprek verschuift van uitleg naar vastlegging. Een indeling in kleuren of risicocategorieën lijkt praktisch, maar krijgt al snel betekenis buiten de context van het gesprek.
Een dergelijke indeling kan worden gezien als een eigen beoordeling of risico-inschatting van de opdrachtgever. Daarmee wordt vooruitgelopen op de kwalificatie van arbeidsrelaties, terwijl die beoordeling juist bij de Belastingdienst ligt en afhankelijk is van een integrale afweging van feiten en omstandigheden.
Waar de Belastingdienst naar kijkt bij een bedrijfsbezoek
De Belastingdienst richt zich bij een bedrijfsbezoek vooral op het samenwerkingsproces. Van belang is dat de opdrachtgever kan uitleggen hoe zzp’ers worden ingezet, op welke manier zij worden gecontracteerd en welke afspraken zijn gemaakt over zelfstandigheid, vervanging en aansturing.
Daarnaast wordt gekeken hoe wordt bewaakt dat de praktijk aansluit bij die afspraken en hoe wordt omgegaan met afwijkingen. Het gaat om inrichting en beheersing van het proces, niet om het vooraf vastleggen van uitkomsten.
Juridische duiding vraagt ruimte
Een goed ingerichte procesvastlegging laat ruimte voor beoordeling achteraf. Dat is noodzakelijk. De Hoge Raad heeft in het Deliveroo‑arrest bevestigd dat bij de kwalificatie van arbeidsrelaties alle relevante feiten en omstandigheden moeten worden meegewogen en dat geen rangorde bestaat tussen de gezichtspunten. In latere rechtspraak heeft de Hoge Raad dit bevestigd en verduidelijkt dat ook ondernemerschap van de werkende daarbij een belangrijk gezichtspunt kan zijn.
Het gescheiden houden van procesvastlegging en kwalificatie voorkomt dat een organisatie zichzelf vastlegt op een uitkomst voordat alle omstandigheden volledig zijn gewogen. Dat houdt ruimte voor overleg met de Belastingdienst of voor het vragen van zekerheid.
Mogelijk vervolg
Als de Belastingdienst tijdens een bedrijfsbezoek risico’s signaleert, kan er een waarschuwing volgen of er wordt een boekenonderzoek gestart. In de praktijk blijft het vaak bij een waarschuwing als zichtbaar is dat de opdrachtgever actief werkt aan het beperken van risico’s.
De wijze waarop het samenwerkingsproces is vastgelegd en wordt nageleefd, speelt daarbij een belangrijke rol.
De rol van de accountant
De accountant speelt een centrale rol in de voorbereiding en begeleiding van een bedrijfsbezoek. Hij helpt de ondernemer het proces rond inhuur inzichtelijk te maken en bewaakt de grens tussen het toelichten van de werkwijze en het vastleggen van conclusies.
Daarnaast ligt er een bredere taak. Niet alleen in de begeleiding van het gesprek met de Belastingdienst, maar ook in het signaleren van risico’s die zich later kunnen voordoen, bijvoorbeeld vanuit de zzp’er zelf. Dat vraagt om een integrale blik op fiscale, arbeidsrechtelijke en civielrechtelijke aspecten van de inhuur.