Elke werkdag bereikbaar op 033 433 7217
17 juni 2026 Fiscaal

Definitieve aanslag 2022 en OWR

Moet je alleen het formulier indienen of ook bezwaar maken?

Van de fiscale helpdesk

“Een klant van een van ons kantoor heeft met dagtekening 28 mei 2026 een definitieve aanslag IB 2022 ontvangen. In box 3 zit vrijwel het volledige vermogen in beleggingsfondsen die in 2022 in waarde zijn gedaald. Het werkelijke rendement ligt daardoor aanzienlijk lager dan het forfaitaire rendement. Toepassing van het werkelijke rendement levert naar verwachting een belastingbesparing op van ruim €15.000. Wij willen daarom alsnog het werkelijke rendement via het OWR-formulier indienen.

Is het voldoende om alleen het OWR-formulier in te dienen? Of moeten we daarnaast (pro forma) bezwaar maken?”

Antwoord

De vraag speelt tegen de achtergrond van de hersteloperatie box 3 en de praktijk waarin veel wordt gewerkt met het OWR-formulier. Daarbij ontstaat snel het beeld dat er ruime termijnen gelden, met als bekend ijkpunt 1 oktober 2026. Dat beeld vraagt om nuancering, omdat dit niet voor alle situaties geldt.

Betekenis van 1 oktober 2026

De datum van 1 oktober 2026 komt uit de hersteloperatie box 3 en is gekoppeld aan het uitstel voor het indienen van het OWR-formulier in specifieke gevallen.

Het gaat om situaties waarin al bezwaar is gemaakt of een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend en de Belastingdienst vervolgens heeft gevraagd om dat bezwaar of verzoek nader te motiveren met het OWR-formulier. De termijn voor die motivering is generaal verlengd tot 1 oktober 2026.

Tijdens ons webinar over herstel box 3 is expliciet toegelicht dat dit uitstel alleen geldt als het OWR-formulier dient als onderbouwing van een lopend bezwaar of verzoek.

Voor meer achtergrond verwijzen wij naar het eerdere artikel: Webinar herstel box 3 terug te kijken. In een situatie waarin een nieuwe definitieve aanslag wordt opgelegd — zoals in deze casus — speelt deze datum geen rol.

Uitgangspunt: bezwaartermijn van zes weken

Bij een definitieve aanslag geldt de gewone bezwaartermijn van zes weken na dagtekening (artikel 6:7 Awb). Die termijn bepaalt de rechtspositie. Wordt het OWR-formulier binnen zes weken na 24 mei 2026 door de Belastingdienst ontvangen, dan wordt dit aangemerkt als een bezwaarschrift. Wordt het formulier later ingediend, dan kwalificeert dit als een verzoek om ambtshalve vermindering, met een duidelijk beperktere rechtsbescherming.

Deze lijn is bevestigd in de praktijk en onder meer terug te vinden in de vragen en antwoorden op Forum Fiscaal Dienstverleners.

Toepassing op de casus

In deze situatie kan het OWR-formulier dus volstaan, als dit tijdig binnen de zes weken wordt ingediend. De verwachte belastingbesparing van ruim €15.000 maakt het extra belangrijk dat de termijn wordt bewaakt. Zodra de zeswekentermijn verstrijkt, resteert alleen nog de route van ambtshalve vermindering.

Praktische werkwijze

Hoewel het OWR-formulier binnen zes weken als bezwaar kan gelden, verdient het in de praktijk de voorkeur om altijd tijdig (zo nodig pro forma) bezwaar te maken. Daarmee voorkom je discussie over de kwalificatie van het OWR-formulier en de vraag of dit tijdig en volledig is ingediend. De inhoudelijke onderbouwing kan vervolgens via het OWR-formulier worden aangeleverd.

Conclusie

De datum van 1 oktober 2026 biedt geen uitstel bij een nieuw opgelegde aanslag. In deze casus is uitsluitend de bezwaartermijn van zes weken bepalend. Alleen een tijdig ingediend OWR-formulier of bezwaar voorkomt dat de positie verschuift naar ambtshalve vermindering. In de praktijk is het daarom verstandig om altijd bezwaar te maken en het OWR-formulier te gebruiken voor de inhoudelijke uitwerking.

Hulp nodig? Neem contact op met onze fiscalisten!

Stuur een mail aan de helpdesk fiscaal